Wat moet #dncp met Factor-C?

Een late maandagavond-chat over Factor-C. Wat nachtwerk had kunnen worden, want er blijken heel veel raakvlakken te zijn. Carola de Vree van Publiec heeft jarenlange ervaring met Factor-C en blijkt een enthousiaste pleitbezorger te zijn. Ze vertelt ons in deze chat onder andere over de 3 K’s die elke #dncp in haar rugzak zou moeten hebben. En vertelt dat Factor-C en de Reflectieve Communicatie Scrum wel eens een gelukkig huwelijk zouden kunnen worden…

C: Is er al leven in de brouwerij…?

M: ik ben er hoor!

R: Joehoe, ben er ook. Sorry, even met mijn hoofd in de verhuisplanning ;-)

M: Even schakelen hoor, ik kom van de bso waar binnenkort gedwongen ontslagen gaan vallen; dan is mijn leven toch net iets minder ingewikkeld..!  Carola! Wat leuk dat we elkaar uiteindelijk spreken! Jij wilde ook graag ‘met ons’ merkte ik (hoera!) en daarom mijn eerste vraag: waar zie jij de link tussen ‘jouw’ Factor-C en ‘onze’ #dncp?

C:  Nou, om het maar gelijk even over Factor-C te hebben: de link is simpel. Iedere ‘nieuwe communicatieprofessional’ moet dat natuurlijk in zijn of haar rugzak hebben! :-)

R: Dat vraagt om toelichting :-) En niet alle lezers zullen Factor-C kennen, dus kun je in het kort uitleggen waar het over gaat?

C: Het komt er op neer dat je ‘communicatie’ geen exclusief ding van een communicatieprofessional laat zijn, maar vooral daar laat waar het hoort: bij beleidsmakers, projectleiders, programmamanagers en hoe alle inhoudelijke professionals ook mogen heten. Mijn standaardzin is: neem de communicatievraag niet over, maar neem hen mee. En lever daar een methodiek bij zodat deze inhoudelijk verantwoordelijken er ook zelf mee aan de slag kunnen. Zo’n 80% van het werk van een beleidsmaker is al communicatie. Alleen noemt ie dat niet zo….

M: En wat is dan de aap die op de schouder van de communicatieadviseur (heet dat dan nog zo?) hoort?

C: De communicatieprofessional beschikt over instrumenten om de beleidsmaker hier bij te faciliteren (liever dan adviseren). De communicatieprofessional begeleidt bijvoorbeeld werksessies waarin gezamenlijk een krachtenveldanalyse wordt gemaakt of een kernboodschap. Dat laatste betekent dat je vooraf en gezamenlijk nadenkt over de vragen van anderen, en niet zozeer het verhaal dat je zelf wilt vertellen. Ach, teveel om in enkele zinnen op te typen geloof ik, die Factor-C….

R: Wat ik wel interessant vind is waarom er zoveel aandacht voor Factor-C is gekomen de afgelopen jaren. Je zou ook kunnen denken dat de houding en manier van werken die je beschrijft allang gemeengoed zijn binnen het communicatievak? Waar komt die noodzaak vandaan om er zo op te focussen?

C: Ik betwijfel of iedereen in ‘ons’ vak al zo werkt en kijkt naar zijn/haar taak. Maar dat even terzijde. Verder is het vooral belangrijk om de beleidsmakers hier in mee te nemen. En ook bij hen is dit nog niet altijd gemeengoed. Tenslotte biedt Factor-C een methode, een manier van werken. En die is compact, zodat de beleidsmaker het ook ziet zitten om er zelf mee aan de slag te gaan. Als we beleidsmakers hier goed in meenemen (en dus niet overnemen!) dan maakt de communicatieprofessional van de toekomst zich op termijn overbodig.

M: Dank! Helder!

Renata en ik zijn #dncp begonnen met als invalshoek: de invloed van online en social op het communicatievak. We hebben inmiddels vanuit allerlei kanten gekeken naar ons vak – de scrum van Betteke, de montessori-aanpak van Aletha, en ook verkennen we steeds de grens tussen de communcatieprof en de vakinhoud. Een van de punten waar Renata en ik dan steeds tegenaan lopen, en dus vind ik die interessant om aan jou voor te leggen, is die van de communitymanager. In hoeverre zie jij dat communicatieprofessionals die rol pakken of zouden moeten pakken – in de dagelijkse praktijk dan, niet als bepaler van hoe iemand anders dat zou kunnen aanpakken. Is dat iets wat bij Factor-C aan bod komt?

C: Bedoel je de ‘digitale community’?

M: Niet helemaal. Jij schrijft hierboven dat je een krachtenveldanalyse doet. Daaruit blijkt, neem het voorbeeld van  jeugbeleid, dat er een groot aantal partijen betrokken is. Het maken van beleid, en later ook het uitvoeren daarvan en weer terugkoppelen van die ervaringen, vraagt communitymanagement. Het in de gaten houden, op het moment dat het speelt, wat er gaande is, eventueel ‘communicatieinterventies’ plegen (kan van alles zijn). Dat werk wordt steeds belangrijker, en het is nu nog nergens belegd. Renata zegt dan, grotendeels terecht: dat moet niet een aap zijn die die commprof op haar schouders krijgt. Tegelijk is het verkennen van dat netwerk wel iets wat die man uit het primaire proces niet in de vingers heeft, en de commprof wel zou moeten kunnen. Zo iets duidelijker? Het vraagt dus, zeker in eerste instantie, een veel actievere, inhoudelijker, en uitvoerender rol van de commprof dan we nu gewend zijn (met als doel, ook hier, wellicht, om overbodig te worden, maar dat kan zeker in het begin vaak niet).

C: Ik zie jouw ‘communitymanager’ gewoon als een beleidsmaker. Dit is de taak van een beleidsmaker. Want waar is de vraag nog inhoudelijk en waar wordt het een communicatievraag? Dat is niet duidelijk. Ik ben er erg voor om inhoud en communicatie zoveel mogelijk bij elkaar te laten en waar het hoort: bij de beleidsmaker! Maarrrrrr….natuurlijk kan de commprof hier wel dingen bieden: het begeleiden van een analysesessie is een voorbeeld. Maar daarnaast ook: (social)media monitoring. En ook: omgevingsonderzoek. Kortom: hier hebben we als vak van alles te bieden. Alleen….dat bieden we lang niet altijd. Het is een beetje de ‘harde’ kant van het vak. Althans, dat hoor ik wel eens. We doen soms teveel uit de onderbuik, en daar komen we als vak niet meer mee weg. Terecht ook.

M: Dat ‘harde’ vind ik dan interessant. Je bedoelt dat wij zorgen, als een échte strateeg, voor (het onderzoek naar) de feiten die een bepaalde richting uit wijzen. En niet gewoon maar een beetje leuk communiceren met een mooie flyer :)

C: Begin inderdaad maar eens met het maken van een goede omgevingsanalyse (samen met het projectteam dus, want die hebben daar goed zicht op). Probeer daar ook tot gezamenlijke communicatie conclusies te komen, die breed gedragen worden. En het zou helemaal mooi zijn als we in ons vak meer kunnen onderbouwen met onderzoek. “Ik denk dat de doelgroep dit niet begrijpt…” Nee, ik wil dat als beleidsmaker zeker(der) weten. Daar kunnen wij bij helpen.

R: Wat moet De nieuwe communicatieprofessional in de rugzak hebben (tot zij overbodig is geworden, haha!) om goed te kunnen helpen? En aansluitend; jij adviseert en traint een heleboel communicatieprofessionals. Waaarmee hebben zij de meeste moeite als het om factor C gaat en waar worden ze het meest blij van als ze zo gaan werken?

C: Eerst maar even die rugzak van die commprof. Daar zitten drie ‘vakjes’ in:

  1. Een vakje ‘Krachtenveld’ waarin dus verschillende ‘manieren’ zitten om samen met een projectteam naar dat krachtenveld te kijken. Wat wil je daar van weten: zicht op belangen, zicht op medestand en weerstand, zicht op invloed en netwerk? Afhankelijk van de vraag kan de commprof de analyse uit dat vakje halen wat daar bij helpt.
  2. Er is nog een vakje: ‘kernboodschap’. Daarin zitten manieren om samen met beleidsmakers (of externen) een verhaal te ontwikkelen over het beleid dat aansluit bij de behoeften en referentiekaders van anderen (die belangrijk zijn voor het realiseren van de beleidsdoelen).
  3. In het laatste vakje, dat luistert naar de naam ‘kalender’ zit een heel scala aan communicatievormen waarvan jij als commprof weet: welke vorm is geschikt voor welke actor? Wat is effectief en wat niet? Waar komt mijn doelgroep al? Welke communicatievormen vindt mijn doelgroep prettig? Daar zitten ook kennis over digitale mogelijkheden bij natuurlijk.

En over dit hele verhaal heen: graag ook kennis van beleids- en projectfasering!! Want de commprof moet ook meer/veel verstand van beleid maken hebben.

M: Wat een fijn lijstje zo. Ik ben nog een beetje aan het kijken wat de rol van deze communicatieprof kan zijn in relatie tot overheidsparticipatie (aansluiten bij en ruimte maken voor de energie in de samenleving en uitdagend beleid maken dat initiatief uitlokt). Want de commprof is natuurlijk hartstikke dienstbaar aan de doelen van het bestuur, en van de vakambtenaar; tegelijkertijd gaan we ook meer van buiten naar  binnen werken. Hoe zie jij dat?

C: Je ziet dat steeds meer overheden deze Factor-C instrumenten gaan inzetten samen met inwoners, organisaties van buiten enz. Dat is mooi! En dat kan ook met Factor-C. Hoe mooi is het wanneer een gemeente bijvoorbeeld vooraf met een aantal externe spelers om tafel gaat om SAMEN het beleidsproces en communicatieaanpak voor de komende tijd te ontwerpen. Je ziet dat nog niet vaak gebeuren, maar volgens mij zouden veel inwoners dat een geweldige vraag vinden. En steeds vaker is de burger initiatiefnemer van nieuw beleid. De Factor-C tools helpen dan ook om als overheid over je eigen positie in dat proces na te denken.

M: Oooo, wat word ik hier blij van!!! Ja, dat is de weg. Helemaal! Hoera! Kan dat starten bij de nieuwe communicatieprofessional? Wat zou haar eerste stap kunnen zijn?

C: Er worden al veel mooie stappen gezet op veel plekken. Ik vind dat Rotterdam fantastische dingen doet rondom het Stadsinitiatief bijvoorbeeld. Zo kan het ook! Ik ben fan! Een eerste belangrijk stap is dat ook beleidsmaker het communicatieaspect in hun werk (h)erkennen en daar op een goede en transparante manier mee omgaan. Ik ben daar overigens erg positief over. Ik zie dat Factor-C op weinig weerstand stuit aan de kant van beleidsmakers. Ze zijn er blij mee.

M: Dat is dus de toegevoegde waarde van het communicatievak.

C: Ja, want ook beleidsmakers vinden het soms moeilijk om even met ‘afstand’ naar hoe prachtige inhoudelijke beleidsterrein te kijken. Wij kunnen daar bij helpen als commprofs. En overigens voor Renata: ik train inderdaad veel commprofs maar nog veel meer beleidsmakers! En dat is ook de plek waar ik (en ons vak) graag wil staan. Daar ben ik trots op.

R: Mooi! Mag ik nog even een andere vraag tussendoor stellen? Maarten Vergouwen stelde deze vraag via Twitter:

Tweet Maarten Vergouwen

Kun je daar iets over zeggen?

C: Factor-C is geen eenmalig iets: het vraagt om permanente alertheid op de omgeving. Dus monitoring van die omgeving is belangrijk. Als er in die omgeving veel verandert moet je daar op inspelen en opnieuw de tools uit je rugzak halen: K3! (krachtenveld, kernboodschap, kalender. Ja ja, ik ben thuis van K3 verlost maar op mijn werk heb ik er nog dagelijks mee te maken…)

R: Dat sluit natuurlijk heel erg aan bij de scrum van Betteke, hoe zie je de relatie daar mee?

C: Dat klopt….vermoed ik. Ik ben nog geen scrum expert, maar wat ik er nu van gezien en gelezen heb sluit dat inderdaad goed aan. Sterker nog: Betteke en ik hebben hier contact over gehad. We hebben het voornemen om tijdens een bijeenkomst van de ‘Proeftuin Factor-C’ (waar 20 gemeenten hun kennis delen en de methode verder ontwikkelen) hierover in gesprek te gaan en Scrum en Factor-C aan elkaar te verbinden waar mogelijk. Dat lijkt een mooi huwelijk te kunnen worden.

R: Wow, wat gaaf!

M: Wat nu in me opkomt: maakt Factor-C het begrip ‘interne communicatie’ overbodig?

C: Volgens mij niet, maar licht even toe…..

M: Niet dat je niet meer intern moet communiceren hoor…

C: ik dacht al….

M:… maar ik kan me voorstellen dat je in je krachtenveldanalyse de interne mensen gewoon meeneemt, en het daarmee een gezellig krachtenveld intern en extern wordt. Geen onderscheid meer, dat is wat ik ermee bedoel.

C: Klopt, dat kan. Maar soms is dat interne krachtenveld dusdanig ingewikkeld dat het dan de moeite loont om nog even een aparte interne krachtenveldanalyse te maken. Je gebruikt dan de Factor-C tools bij een intern vraagstuk. Dat kan ook…

M: Hmm, ja daar kan ik me van alles bij voorstellen. Haha, binnen de gemeente is het vaak stukken ingewikkelder dan daarbuiten :) Tot slot, wat mij betreft. Wat is de impact van social en online op Factor-C, hoe verhouden die zich tot elkaar?

C: Social en online zijn een onderdeel van deze manier van werken. Social en online zijn GEEN doel op zich. Het is een manier die je kunt inzetten om menen te bereiken, te betrekken en om de omgeving te analyseren.

R: Helemaal eens, maar dezelfde vraag nog een keer geherformuleerd: hebben de ontwikkelingen die we online en op social media zien factor-C noodzakelijker gemaakt? Als je kijkt naar realtime communicatie, verschuiving in autoriteit en zenderconcurrentie?

M: Mooie aanvulling :)

C: DE noodzaak is daardoor wellicht iets groter geworden. De urgentie wordt in ieder geval flink gevoeld bij de overheid. Niet voor niets is de belangstelling voor Factor-C nu groot. De urgentie komt door een paar zaken: de complexiteit van de omgeving en de manier waarop die bij de overheid binnen komt (social media). Maar ook: de kleiner wordende overheid (door o.a. bezuinigingen) die de noodzaak groter maakt om meer samen met de omgeving te doen. We zeggen nu als overheid: burgers moeten in hun eigen kracht worden gezet. Dat hadden die burgers al die tijd natuurlijk al. We hebben er alleen niet altijd slim gebruik van gemaakt. Dat zal de overheid nu anders willen en moeten doen. Social en online heeft in die zin ook meer mogelijkheden gebracht om mensen bij beleidsontwikkeling te betrekken. Dat is prachtig!

R: Nou, dat lijkt me een mooi besluit! Super bedankt Carola voor deze chat. Hoe is het je bevallen? ;-)

C: Leuk! Ik zou nog zoveel meer kunnen chatten hierover. Mijn voornaam begint ook met een C, en dat krijg ik ook wel eens te horen: “Volgens mij BEN jij de Factor-C”. En zo is het ook, geloof ik :-)

M: Erg bedankt! Over de rol van de communicatieprofessional bij overheidsparticipatie ga ik graag op een ander moment een keer met je in gesprek; daar liggen echt veel kansen! Dank voor nu!

We zijn natuurlijk heel benieuwd naar jullie ervaringen en vragen over Factor-C. Reageer hier op het blog of Twitter met #dncp. Carola leest en discussieert zeker mee!

7 reacties op “Wat moet #dncp met Factor-C?

  1. Dag Marije, Renata en Carola, nog helemaal geen reacties, dus dan zal ik maar even hè?

    Ik krijg het Factor-C verhaal nog niet helemaal bij elkaar in mijn hoofd. Ik ben het er mee eens dat een communicatieprofessional meer zou moeten weten van strategie, beleid en projectmanagement. Ook moet zij/hij thuis zijn op de (nieuwe) mogelijkheden van zijn werkveld.

    Waar het misgaat: niet elke communicatieprof heeft volgens mij zin in de meer politieke kanten van het ‘Krachtenveld’ in organisaties. Zien jullie dat als iets dat elke comprof in zijn pocket moet hebben?

    Ook kon ik vroeger een heel eind mee in de redenatie dat je jezelf in wezen overbodig maakt, door mensen zelf op weg te helpen en vaardig te maken. Erg ideaal, maar mijn praktijk is dat dat in communicatie vaak niet werkt, bijvoorbeeld als het gaat om tekstredactie of beeldkeuze.

    Communicatie en communicatie zijn volgens mij twee. Iedereen communiceert. Laat beleidsmakers beleidstukken schrijven, de essentie samenvatten in een paar alinea’s. Maar laat het smakelijk overbrengen naar een groter publiek over aan de communicatieprofessional/tekstredacteur. Net zo goed als dat weten hoe je op social media converseert iets is dat je vaker gedaan moet hebben. Net zo goed als het inrichten van een weblog iets is dat je niet zomaar onder de knie krijgt, dat steeds verandert qua eisen, ideeën en mogelijkheden.

    Onder communicatieprofessionals zie ik er nu genoeg die dat nog niet kunnen, zoals er omgekeerd ook wel eens een onderzoeker of beleidsmaker is die perfect aanvoelt hoe hij/zij moet switchen van vakjargon naar toegankelijke taal. In dat laatste geval is mijn professionele ondersteuning soms niet of nauwelijks nodig.

    Dus vooral op dat ‘jezelf op den duur overbodig maken’ zie ik het nog niet zo. Over wat voor ‘communicatie’ hebben we het dan?

  2. Even een reactie op de vraag welke aan de comm profs op hun nek hebben en krijgen als ze ‘Factor C-proof’ gaan werken. Inderdaad: faciliteren, analyse instrumenten ed. Wat ik zie en vaak tegenkom is:
    – Dit doet iets met de beroep-sidentiteit en dus je eigen identiteit. Wanneer ben ik trots en tevreden en wanneer is mijn interne klant tevreden? Maak ik mezelf overbodig? Enz. Ook de disease to please waar veel comm profs aan leiden zit dan in de weg. De kunst is om te gaan ervaren dat je ook met Factor C je vak op topkwaliteit uitoefent en erg tevreden klanten kan hebben. Dat is leren en ervaren.
    – En natuurlijk de klanten die maar blijven vragen om flyers, die moeten ‘opgevoed’. Niet alleen in de methode maar ook in de andere interne relatie met de comm afdeling.
    Groetjes Marjan Engelen

  3. Eric, fijne aanvulling. Ik heb zelf de indruk dat factor C inderdaad meer is voor de adviseur dan voor de “ambachtsman/vrouw”.

    Het is in mijn ogen zaak om een “treintje” te maken van al deze kwaliteiten; sommigen hebben inderdaad meer oog voor en talent voor het krachtenveld, anderen zijn echt van het ambachtswerk, en het gaat er dan om de juiste koppelingen te maken.

    Overigens ben ik wel van mening dat goede tekstschrijvers in een politieke organisatie altíjd oog moeten hebben voor het krachtenveld waarin ze opereren. In de eerste plaats omdat dat treintje met capaciteiten wel op hetzelfde spoor moet blijven rijden. Of in elk geval: om niet al te gefrustreerd te raken wanneer jouw sexy kop boven een artikel (ik heb het dan over je tekst he :)) in de eindfase sneuvelt :))

    Net als dat ik van mening ben dat je als adviseur ‘gewoon heel goed’ moet kunnen schrijven.

    Daarom vind ik de relatie met de RCS van Van Ruler zo fijn: het gaat daarbij om mensen met talent en capaciteiten in een lerend team, die ook elkaars werk moeten begrijpen en in zekere mate zouden moeten kunnen overnemen. Daarin komt jouw onderscheid helemaal tot zijn recht, zonder dat het twee verschillende werelden worden.

  4. ‘Jezelf overbodig maken’. Daar geloof ik niet in. De comprof heeft een professie, een expertise(combinatie) die anderen niet hebben en is daarom nodig. Zeker binnen de overheid, waar communicatie gericht moet zijn op gedrag.

    De K van sociale psychologie is dan ook onmisbaar in ons rugzakje. Met dat vakje gevuld kun je daadwerkelijk keuzes onderbouwen (educated guess, decisional accountability) en realistische doelstellingen maken voor je communicatie-interventies.

    Alles wat je doet, communiceert. Des te meer reden om doordacht bepaalde factoren in je handelen, beleid, interventies en uitingen te verwerken. Ligt daar misschien een link met Factor C?

  5. Factor-C lijkt inderdaad in eerste instantie vooral voor de communicatieadviseur de grootste verandering te brengen. Maar vergis je niet: ook de ‘ambachtslieden’ in ons vak, zoals Marije ze noemt, ontkomen niet aan de stappen zoals die in Factor-C worden gehanteerd. Zomaar een mooie tekst schrijven en het ‘smakelijk overbrengen’ staat niet op zichzelf. Ook daar gaan vragen aan vooraf als: voor wie, wat wil diegene weten, vanuit welk ‘frame’ kijkt diegene naar dit onderwerp, wat zijn momenten en manieren van communiceren die voor die ander prettig zijn, enz. Dus zeer eens met de reactie van Marije. Laten we elkaar op dat punt vooral opzoeken en versterken in ons vak. Scrum lijkt daar goed bij te kunnen helpen. We gaan binnenkort bij de ‘Proeftuin Factor-C’ hier verder mee aan de slag. Ik houd jullie op de hoogte!

    En @Wilma: sociale psychologie kan helpen bij het onderbouwen van communicatiekeuzes. Dan wel graag op basis van sociaal psychologisch onderzoek. Anders wordt ook deze aanvulling een ‘educated guess’. En dat was volgens mij nu net niet jouw bedoeling.

  6. @Loes, wat wil je weten? Via @wmkaptein kunnen we evt contact leggen?

    @Carola, wat bedoel je met ‘op basis van onderzoek’? Alle sociaal psychologische theorieen zijn gebaseerd op gedegen wetenschappelijk onderzoek. En ja, meer dan een ‘educated guess’ kun je voorafgaand aan je communicatie-interventies denk ik meestal niet doen. Want elke situatie is net even anders (ook gezien krachtenveld en economische situatie) dus je kunt niet hard maken dat de uitkomsten uit een eerder onderzoek ook gelden voor jouw casus. Dat is realistisch, toch?