Waarom is het zo stil rond #dncp?

R: He Marije!
Waarom is het zo stil rond #dncp?

M: Pfffff, ja, daar zeg je me wat. Ik heb van de zomer bijvoorbeeld twee superleuke interviews gedaan, met een wethouder, en met een geweldige online commprof, en die heb ik nog niet eens uitgewerkt. Maar wat me nou tegenhield… Mag ik eerlijk zijn?

R: Nou, graag!

M: Ik merkte dat ik ontzettend worstel met dat ‘communicatie’ in dncp. Als ik met jou, of met wie dan ook in gesprek ga over het communicatievak, dan word ik vaak zo geërgerd. Over het feit dat we er niet in slagen om daar waar dat nodig is, van invloed te zijn. En ook; dat er zo veel mensen in het vak zitten die de laatste tien jaar, lijkt het wel, geen boek gelezen of artikel gezien hebben over het vak. En zo wil ik niet denken, maar dat deed ik stiekem wel, en dat remt mij blijkbaar om actief aan de slag te zijn.

R: Zijn ‘we’ dan wij – Marije en Renata – of wij – de communicatieprofessionals?

M:  Mooi, dat je dat vraagt. Want bij het typen twijfelde ik om ‘we, communicatieprofessionals’ te typen, maar ik deed dat toch. Maar ik voel me eigenlijk geen commmunicatieprofessional meer. Want daar kleeft voor mij aan dat het een vak in de marge aan het worden is, en soms zelfs al is. Kijk, ik spreek ook heel erg veel mensen in organisaties die te maken hebben met communicatieprofs, en die zijn vaak helemaal niet positief over hun rol en wat ze aan ‘de communicatie-afdeling’ hebben. Ik schrik daarvan, maar stiekem geef ik ze ook wel gelijk als ik zie waar bij veel commprofs de energie in gaat zitten (plannen schrijven en lange denksessies over strategie zonder uitvoering) . Maar jij dan?

R: Oei, dat is nogal wat, wat je daar zegt! En hier voel ik ook precies waar wij ‘uit elkaar lopen’. Volgens mij zijn we het roerend eens over het feit dat er wat moet gebeuren in het vak, omdat de communicatie-afdeling over 10 jaar anders niet meer bestaat. Maar we waren dncp juist begonnen om de leidinggevenden in dat vak die willen veranderen een steuntje in de rug te geven. Dus niet alleen roepen wat er mis gaat, maar samen zoeken naar wat er anders moet en kan. Waar jij weerstand voelt om jezelf nog communicatieprofessional te noemen, merk ik dat ik toch telkens terugkeer naar die kern. Dat heeft ook met onze verschillende achtergronden te maken. Het gekke is dat jij eind vorig jaar best positief gestemd was over de veranderingen die op tilt staan, wat is er gebeurd in de tussentijd?

M: Nog even over “dat de afdeling over 10 jaar niet meer bestaat”. Ik vind dat dus geen probleem op zich. Niet dat ik communicatie niet belangrijk vind, maar die ‘afdeling’ kan me eerlijk gezegd gestolen worden. Dat is geen doel op zich.

R: Ja! Hier komt een mooie kern aan de orde!

M: Die ménsen moeten er wel zijn en die mogen zich ook best in een afdeling organiseren, maar ik zie ook veel te vaak dat communicatiemensen te weinig bagage hebben om echt goede communicatie te kunnen maken. Anno nu moet je heel erg snel kunnen schakelen tussen inhoud en vorm. En ik ben – blijkbaar – positiever over het aanleren van ‘vorm’ bij de mensen van de inhoud, dan andersom. Dat is natuurlijk ook wat de goede commprofs doen: de mensen communicatievaardig maken.

R: Je bent hard in je oordeel, maar ik voel ook wat jij voelt. Alleen heb ik nog steeds de neiging wel te blijven zoeken naar wat de kern van het communicatievak is en welke rol je daar als individuele professional in hebt. Vanmorgen heb ik de Galjaard-lezing van Guido Rijnja (pdf) er nog een keer bijgepakt. Echt een enorm inspirerend verhaal dat uitdaagt om communicatie in de essentie, maar een hele nieuwe vorm op te pakken. In zijn verhaal laat hij heel duidelijk zien dat het ‘vorige’ communicatietijdperk erg in het teken stond van eigen media. Dat is het tijdperk waarin wij en veel vakgenoten zijn opgeleid en opgegroeid. Een heel ander speelveld dan de huidige golf van de netwerksamenleving.

En in zijn lezing zegt hij ook iets dat jou bijzonder moet aanspreken. Namelijk: “Want wie erkent dat we niet meer beleid maken en dan communiceren, maar omgekeerd, wie erkent dat die communicatie niet loopt via de vrije en eigen media, maar via de mensen in het primaire proces, die schiet in de rol van poortwachter tekort.” Hij pleit er dus zo ongeveer voor dat beleid communicatie volgt, eerst proeven en voelen wat er speelt, dan pas beleid maken. Een utopie? Het is nog ver weg, dat geef ik toe. Maar ik had recent bij een klant een bijzonder hoopgevend gesprek. Ook daar ging het over de scheidslijn tussen advies en uitvoering. En hun frustratie dat er van een goed plan vaak niets terecht komt (omdat de communicatie-adviseur het in handen van beleid ‘achterlaat’). Ik vertelde over dncp en de noodzaak het communicatieplan los te gaan laten en meer als communitymanager te gaan fungeren. En weet je wat er gebeurde? Ik zag enorme twinkelende oogjes! Er zijn echt mensen die op zoek zijn naar hun nieuwe rol, nog niet weten hoe dat moet, maar zeker bereid zijn die te onderzoeken!

M: Raak, raak, raak. Ik ben dan weer in gesprek met allerlei mensen in de hoek van de ‘participatie en burgerkracht’ en daar gebruik ik graag de term ‘overheidsparticipatie’ met als definitie: ruimte maken voor mensen met goede initiatieven en hen ondersteunen met uitdagend beleid. Voor communicatie geldt dat vervolgens ook. Dat gaat geweldig mooi werken als het volgend is op de bewegingen en energie in de samenleving, in de eigen organisatie. Maar…. (En….) dat vraagt heel veel persoonlijke inzet van ménsen. Geen plannen, maar communitymanagement. Daar word ik ook wel blij van, daar twinkel ik ook, en ik weet dat heel erg veel mensen dit willen gaan doen. En dan denk ik meteen: maar dat begint *niet*  bij de afdeling communicatie.

R: Hoezo?

M: De werkwijze van nu, is een gevolg én een oorzaak van de structuur en de cultuur in organisaties. Dat is een grote kluwen, en die moeten we zien te ontwarren, omdat in nieuwe werkwijzen, nieuwe routines, ook de uitweg zit naar anders handelen. En dat is denk ik wat ik bedoel met ‘communicatievak zit te veel in de marge’, want ik ken weinig commprofs die durven te zeggen dat de organisatie moet leren om te kunnen blijven aansluiten bij de netwerksamenleving. En dat zij daar de voorloper in willen zijn en dat willen laten zien. Of ben ik nu heel vaag?

R: Haha, ik wilde net opmerken dat ik je een beetje kwijtraak, omdat ik door jouw betoog het gevoel krijg de hele wereld op mijn schouders te moeten nemen ;-) Voorstel: we zijn ruim over onze tijd, de discussie die je nu aanzwengelt vind ik een prachtig onderwerp voor een volgende keer. Namelijk de overgang van organisatie 1.0 naar 3.0, waar staan we nu en waar raakt de communicatieprofessional ‘in de mangel’. Afronden en even bespreken hoe we het op dncp.nl zetten?

M: Prima! We bellen even, okay, want ik moet ook naar de trein :) Ik zeg: gewoon erop zetten, maar dat zeg ik zonder teruggelezen te hebben :-)

R: Hoe laat moet je weg? Anders haal ik even de tikfouten eruit en kunnen we het daarna publiceren. We hebben na deze lange radiostilte toch ook geen superhaast?

M: Jawel hoor, want we moeten de hele wereld veranderen :))))

R: Haha!
Weet je, ik heb enorm genoten van dit gesprek. Volgens mij zijn dit precies de gesprekken die we moeten voeren.

M: Ik ook! En eens!

R: He, ga lekker naar je trein, we spreken elkaar later!

Wordt dus vervolgd… volgende week…
Wij zijn van plan komende periode elke week een half uurtje zo met elkaar te chatten en te onderzoeken tot welke nieuwe inzichten dat voor #dncp leidt.

Praat je mee? Laat je reactie hier achter of twitter mee met #dncp!

 

9 reacties op “Waarom is het zo stil rond #dncp?

  1. 1: leuk zo’n gesprek! Dat geeft een mooie kijk in de gedachtengang, ik hou daar van.
    2. Het gesprek dat jullie voeren, dat voer ik ook vaak. Met mensen die ook graag zouden willen dat het allemaal anders kan en zou moeten. Wil je niet leren, ga dan niet werken (dat geldt in mijn optiek voor elke prof, of je nu communicatie doet of niet). Ik volgde een tijdje terug online het congres Communicatie NU waar Betteke van Ruler ware dingen zei over het vak. Wat ik nou het jammere vond, was dat bij dat congres – althans wat ik er online van meekreeg, en dat was eigenlijk best weinig – vooral dezelfde gedachten rondliepen, maar niet de mensen die je hier ook bij moet betrekken. Degenen die de besluiten nemen, het management, de directie. Dus, we kunnen wel zielig gaan doen met elkaar dat we niet serieus genomen willen worden, maar als degenen die dat zouden moeten doen niet bij het gesprek betrokken zijn, dan verandert er ook niets.

    Uiteindelijk heeft het wat mij betreft vooral te maken met de egotripperij van afdelingen, teams en mensen, en vergeten we waar het om gaat. Het gaat niet om jou, jouw werk of jouw team. Het gaat om de organisatie, de maatschappij, het collectief. Dát is de stip op de horizon, en daar moeten we samen aan werken. Niet aan dat ego-verhaal. Dat is niet relevant.

    Hoe? In ieder geval door het maar vooral dan toch te roepen en delen, en hopen dat je/we zo fans verzamelen die mee gaan delen, en het ook roepen. Door scherp en kritisch te zijn, en door elkaar aan te spreken. Direct. En niet te praten over mensen als ze er niet bij zijn. Dan verandert er niets. En door hand in eigen boezem te steken, en jezelf af te vragen wat JIJ kunt doen om verder te komen, en wat je daar voor nodig hebt, en dat ook te vragen. Het is een illusie te denken dat je de communicatie kunt blijven regisseren, die tijd is niet meer. Als die al is geweest. Praat mee, doe mee, deel, en zorg zo dat mensen hun eigen conclusies kunnen trekken en hun behoeften kenbaar maken. Daar kun je dan weer iets mee.

  2. Vraagt nieuwe rol communicatieprofessional ook niet om een andere persoonlijkheid, andere capaciteiten en vaardigheden? Daar zijn huidige communicatieprofessionals niet op geselecteerd. Die omslag naar nieuwe rol commprof gaat daarom ook tijd kosten: Van ‘beleidschrijver’ naar ‘relatiemanager’ of van ‘zender’ naar ‘samenwerker’ of van ‘egotripperij’ naar ‘collectiviteit’. . . . . .

  3. Zeer eens dat je de organisatie moet laten leren. Want niet de communicatieprofessional maar de beleidsmaker, projectleider, handhaver, bestuurder enz. staat aan de lat als het om communicatie gaat. Zij staan met de voeten in de communicatie-klei. Daar wordt het contact gemaakt, vertrouwen gewonnen en worden stappen voorwaarts gezet en communicatie keuzes gemaakt. Vanuit het communicatievak adviseren wij hierover. Maar op basis van wat? Ervaringen in die klei? Nee. Verantwoordelijkheid voor het (beleids)proces? Ook niet. We adviseren maar hebben zelf te weinig verstand van dat andere vak: beleid maken, handhaven, projecten leiden enz. De echte communicatiewinst wordt geboekt door anderen te helpen (leren dus) om zelf met communicatievraagstukken om te kunnen gaan. Zo’n 70% van het werk van een beleidsmaker bestaat uit communiceren. Dat moeten communicatieadviseurs niet ‘overnemen’ door aparte communicatieplannen te gaan schrijven. Dat moeten de beleidsmakers zelf meenemen in hun dagelijks werk. Dat is ook het gedachtengoed van de Factor-C werkwijze, waar ik met heel veel groepen beleidsmakers mee aan de slag ben en waar Guido Rijnja voor aan de wieg heeft gestaan bij de rijksoverheid. Versterkt de communicatiekracht bij beleid! En dat vraagt van de communicatiemensen: verstand van beleid maken, projecten leiden, omgevingsmanagement en (social) netwerken. En meer feitenkennis door middel van omgevingsonderzoek, monitoring en analyse. Als communicatiemensen dat laten liggen, dan worden ze op termijn inderdaad overbodig.

  4. Dank voor de reacties tot nu toe! Ik ga later wat dieper erop in maar voor nu heb ik wel een vraag.

    Ik merk dat ik vaak zoek naar strategische uitvoerders. En dan bedoel ik echt mensen die gewoon weer stukken typen, maar wel met de ankers uit naar de rest van de organisatie (al die gebieden die Carola noemt). Want die beleidsmaker kan dat niet zo goed en heeft gewoon behoefte aan een strategische penvoerder. Wat denken jullie daarover?

  5. @marije HIer ligt volgens mij ook een taak voor het onderwijs. Toen ik afstudeerde (2000 dus al even geleden) zei ik dat het me nou echt helemaal fantastisch leek dat ik dan mooie dingen kon bedenken, creëren en uitvoeren. Waarom mijn begeleider stilviel en vervolgens antwoordde dat dat toch niet de bedoeling was, nee, ik moest bedenken maar een ander moest dat uitvoeren. Ik heb dat nooit begrepen. Ik vind dus dat je naast het bedenken ook de uitvoering voor je rekening moet kunnen nemen. Dat maakt je nieuwe ideeën ook weer beter, omdat je leert van hoe het werkt in de praktijk. Ik noem dat ‘leren’. Veel mensen die bedenken voelen zich echter te goed voor de uitvoering.

  6. @Marije Als hij dat niet zo goed kan, heeft hij de competenties niet van een goede hedendaagse beleidsmaker. Want niet alleen het beleidsvak communicatie verandert naar 3.0. Ook het beleid uit het primaire proces maakt die ontwikkeling door.
    Wat dat betreft ben ik in jullie ogen wellicht een ‘ouderwetse’ communicatieprofessional. Ik ben ervan overtuigd dat onze rol dezelfde is als die in het pre-socialmediumtijdperk: voelhorens in de in- en externe omgeving van de organisatie en kennis van diverse communicatiemiddelen samenballen in concreet advies & faciliteren in de uitvoering daarvan. Faciliteren betekent echter geenszins overnemen, want ieder zijn expertise. Overnemen leidt bovendien vaak tot onnodig extra heen en weergeschuif tussen die diverse (hiërarchische) lagen en daarmee tot, in 3.0, ongewenste vertraging.
    Kan de communicatieprofessional helpen om die competenties mee aan te brengen? Natuurlijk!

  7. Erg eens met Carola de Vree: communicatiemensen moeten verstand hebben van beleid maken, projecten leiden, omgevingsmanagement en (social) netwerken. Vooral die laatste twee zijn van belang voor communicatieadviseurs: weet wat er leeft en hoe je daar op in kunt spelen. Lang leve de sociale media dus, die prachtige doorkijkjes bieden in de omgeving van organisaties. Een mooie extra manier om interactief met je publiek aan de gang te gaan. Maar het lijkt wel alsof veel van mijn collega’s niet eens interactief willen zijn, het niet nodig vinden te weten wat er speelt, oftewel de voelhorens weten uit te zetten waar Marilka het over heeft. Alsof ze nog steeds alleen gericht zijn op het ouderwetse ‘zenden’. Factor C is inderdaad een geweldige methodiek om te weten wat er speelt in de omgeving van projecten, binnen en buiten de organisatie, En als je het dan bedacht hebt, dan moet je het ook zelf mee uitvoeren, eens, Madelon! Ook daar zit een vreemde splitsing, nog steeds. Kortom: waar blijft de mindshift?

  8. Wat ik me vandaag afvraag: als je als commprof in een organisatie het netwerken ‘faciliteert’, hoe ziet je agenda er dan uit? Wat doe je precies? Waar besteed je je tijd aan?

    En wat doen beleidsmensen zelf, en wat niet, en waar werk je samen aan?

    Ik probeer de vinger te krijgen op waar de tijd in gaat zitten, omdat ik tot nu toe weinig omgevingen ken in de publieke sector waar “netwerkbouwen” de tijd krijgt die ervoor nodig is.

    Ik wil dan heel graag heel concreet, liefst met de bestede uren erbij :)) wat er dan gebeurt in ieders werkweek.

    Ik hoop dat jullie daar (al is het maar in de ps van het verhaal dat je ook kwijt wilt :)) wat woorden aan vuil kunnen maken!

  9. Wat een geklets, zeg. Deze hele discussie illustreert perfect waar de ‘communicatie-community’ mee bezig is: wanhopig binnen organisaties hun bestaansrecht voor het voetlicht proberen te brengen bij beslissingnemers, zonder aanwijsbare inhoudelijke meerwaarde of bijdrage voor de organisatie als geheel. Kortom de ‘comm-pro’s’ zijn voornamelijk met zichzelf bezig en lopen aan tegen hun eigen gebrek aan substantie. Er staat 1 ware bewering in bovenstaande discussie en dat is dat over 10 jaar (en hopelijk eerder) de afdeling communicatie niet meer bestaat. Wordt wakker ! Stop met communicatie om de communicatie maar bedenk eerst een relevantie inhoud !