Online copywriting: welke basiskennis heeft iedere #dncp nodig?

R: Goedemorgen Marije! Beetje bijgekomen van de intensieve fotoshoot gisteravond? Wordt leuk! Het interview met Rocco heeft mij wel weer scherp gemaakt op waar #dncp over moet gaan; namelijk concreet maken wat er moet en kan veranderen in ons vak. Vandaar mijn voorstel om vandaag eens het onderwerp online copywriting uit te diepen…

M: Heel goed idee! Ja, mijn huis is inmiddels weer een beetje op orde – zo’n shoot vraagt nogal wat schuiven met meubels :) Online copywriting, ik moet dan meteen denken aan “dat moet toch kort?” en “mensen lezen online in een F-vorm” van honderd jaar geleden.

R: Haha, beide ‘regels’ gelden nog volop hoor! Maar er is inmiddels zo veel meer over te zeggen. Mag ik beginnen met de constatering dat veel overheidswebsites nog steeds vol staan met baggercontent? Niet alleen slecht geschreven, maar ook niet aangesloten op de informatiebehoefte van de lezer. Laat staan dat er een beetje kwistig met (goed) beeld wordt gestrooid. Tijd dus om eens te kijken welke basiskennis iedere communicatieprofessional zou moeten hebben over online copywriting en wanneer het een specialisme wordt.

Overigens misschien goed om even te vertellen dat wij allebei een achtergrond in de bedrijfsjournalistiek hebben, dus de omslag van papier naar online aan den lijve hebben ervaren ;-) Vraag aan jou: wat is de benodigde basiskennis volgens jou? En waar is die te halen? (ik haal ondertussen even koffie …)

M: Laat ik voorop stellen: online schrijven is vooral vaak veel leuker dan schrijven voor papier, omdat je online direct merkt of dat wat je doet, effect heeft. Als je artikelen voor magazines schrijft, is het altijd maar de vraag of het überhaupt gelezen is en of de lezer er dan mee doet wat jij voor ogen had. Reacties krijg je als redacteur van een artikelen op papier bijna nooit. Online teksten maken rechtstreeks contact met je lezer mogelijk, en dat is fantastisch!

Maar je vroeg om basiskennis. Laat ik beginnen met waar de meeste bladenmakers echt van genieten: mooie vormgeving, een ‘lekker’ blaadje maken. De meeste bladenmakers of jaarverslagmakers of foldermakers, ook als ze copywriten, kennen het effect van hoe het er uiteindelijk uit komt te zien. Dan pas weet je of een kop of intro werkt. Vaak ben je in de proeffase het echte schrijfwerk aan het doen. Dat betekent dus dat je als online schrijver zo’n zelfde buikgevoel moet gaan ontwikkelen over online vormgeving. Hoe lezen mensen online, wat triggert ze. En hoewel jij dus wil chatten over copywriting, wil ik dan direct ook aandacht voor: ken de ‘leesomgeving’ van waar jouw letters straks verschijnen. Online gaat het niet alleen om bladspiegel, maar om het vormgeven van interactie, ook met je tekst. Hoe zou jij dat noemen?

R: Terecht dat je vraag om aandacht voor de leesomgeving, maar die heb je juist helemaal niet meer in de hand. Ik zie een website steeds meer als een uitgever die een stukje content levert, dat via allerlei kanalen gemixt met andere content bij de lezer komt. Tijdens trainingen laat ik vaak rss-feeds, Twitterlijsten of Flipboard zien, dat is echt een enorme eye-opener voor veel mensen.

Voorbeeld Twitterlijst

Voorbeeld van een Twitterlijst

Het gaat er dus steeds meer om dat content zonder context te begrijpen is, heel puur dus. Maar jij vertrekt meteen bij ‘de redacteur’, terwijl ik veel breder wil kijken vanuit de communicatieprofessional. Wij roepen immers telkens dat die zelf veel meer uitvoering moet doen en ook zelf moet schrijven. Welke online kennis hebben ze nodig om dat goed te kunnen doen? Ik denk dan bijvoorbeeld aan Schrijven voor zoekmachines (Search Engine Optimization – oftewel SEO). Het gros van de communicatieprofessionals kent de basisregels daarvoor niet. Zelfs als je niet zelf schrijft, zou je andere schrijvers (of dat nou interne collega’s zijn of externe bureaus) daarop goed moeten kunnen briefen.

M: Okay, nu komen we ergens.

1) Communicatieprofessionals moeten dus kennis hebben van de leeskanalen, en zich realiseren dat online copywriting zo krachtig moet zijn, dat het hoe dan ook pakt, ongeacht of de website ‘eromheen’ er nog is. Schrijf koppen die op twitter werken, bijvoorbeeld. Oftewel: schrijf gewoon kneiterprikkelende koppen :-)
2) Goede communicatieprofessionals denken bij alles wat zij uiten aan de call to action; online schrijven is schrijven voor interactie, en dat begint met het bedenken waar die interactie dan uit bestaat.
3) Commprofs realiseren zich dat schrijven voor interactie betekent dat je werk niet af is als het stuk gepubliceerd is, dus dat meten, reageren en teksten wijzigen als ze niet doen wat je voor ogen hebt, bij het werk hoort en
4) Online copywriting heeft alleen zin als je teksten gevonden worden, dus moet je je verdiepen in SEO. Voor wat dat laatste betreft: daar ben ik ook geen expert in, trouwens. Wat raad jij nou aan om te doen, stel je voor dat ik van volgende week mijn SEO-leer-week wil maken, wat kan ik dan op dag 1 tot en met 7 doen? Zullen we dat eens opschrijven?

R: Interessante opsomming heb je daar gemaakt :-) Hou punt 3 even vast, daar wil ik straks (of volgende week) nog het nodige over roepen. En ik vind het wel een leuke uitdaging die je neerlegt en wil die zeker later oppakken. Maar ik ben bang nu teveel de diepte in te schieten, straks lijkt het dat online copywriting alleen over SEO gaat. Ander voorstel; laten we even verkennen over welke elementen online copywriting gaat? Dus bijvoorbeeld SEO, maar ook updates voor social media!

M: Prima. Maar die SEO-leer-week kunnnen we wel gaan maken, want echt, het gaat er volgens mij om dat we als collega’s het elkaar gaan uitleggen, vanuit onze vakkennis, en dat we door dat een beetje drempelloos te brengen, iedereen in staat stellen om die basiskennis op te gaan doen.

R: Helemaal eens!

M: Ik heb bijvoorbeeld Social Media ROI van Oliver Blanchard liggen (hier is zijn blog), en dat is echt een extreem goed boek, maar daarvoor moet je al zo veel voorkennis hebben, dat de stap voor de meesten niet in één keer te nemen is. Maar nu gaan we inderdaad verkennen welke elementen online copywriting kent. Ik stel dan altijd de vraag: welke onderdelen voeg je aan de briefing toe? SEO dus, maar wat zet je daar kort neer onder het kopje ‘SEO’?

R: Dat is volgens mij niet de goede vraag, want de briefing begint bij: wat wil jouw bezoeker / lezer / volger weten? Vaak wordt een tekst gemaakt vanuit wat de organisatie kwijt wil. Dat heeft nooit goed gewerkt, maar online is dat helemaal een conversiekiller. Wacht ik zoek even een voorbeeld op.

M: Je moet ook even uitleggen dat ‘conversie’ betekent dat er daadwerkelijk iets ‘gebeurt’ met je stuk. Term uit de marketing die veel communicatieprofessionals, zeker bij de overheid, niet op hun eigen werk betrekken.

R: OMG, moet ik dat nog uitleggen? Nou ja, dat heb je bij deze gedaan.

M: Weet je, we moeten gewoon álles uitleggen. Want dan raken we onderweg niemand kwijt.. :)

R: Bij deze het voorbeeld uit een artikel waarmee ik bezig ben:

“Ik neem een kijkje op de website van de gemeente Tilburg. Ik lees dat de gemeente bezig is met het opstellen van de ‘Ruimtelijke Structuurvisie Tilburg 2040’ en het belangrijk vindt ‘de Tilburger bij dit proces te betrekken’. De letters staan er wel, maar ze nodigen de Tilburger niet uit. Waarom niet? In de eerste alinea staan maar liefst 3 zinnen (!) die beginnen met ‘de gemeente’, die ‘is’ en ‘kan’ en ‘wil’:

Voorbeeld website gemeente

Het gaat in dit proces dus niet om jou, beste Tilburger, maar om de gemeente. Niet erg sociaal, vind je wel? En dat is even los gezien van het feit of je wel zin hebt om mee te praten over iets dat 27 jaar verderop ligt in de tijd. En o ja: de website verwijst naar de Facebookpagina, waar regelmatig stellingen en informatie over de structuurvisie te vinden zijn. Alleen nu even niet, want nu staat de nieuwste campagne over gescheiden afval inzamelen centraal (en zijn de stellingen en informatie nergens te vinden…)

Facebookpagina gemeente Tilburg

Dus:

1) Eerst weten voor wie je schrijft en wat de informatie- en interactiebehoefte is van die mensen.
2) Weten waar deze mensen online actief zijn en voor die kanalen content schrijven
3) Content schrijven die voldoet aan de eisen van die kanalen
4) Niet alleen tekst!

M: Daarom vind ik online zo te gek: het lukt alleen als je je echt weet te verplaatsen in de ander én als je goed weet wat je zelf in huis hebt en dat op een trefzekere manier weet te delen, weet in te brengen in het netwerk om er vervolgens iets mee te laten doen (conversie :)). Overigens is nu wel van veel communicatieprofs de twijfel: maar ik ben er toch om de organisatiedoelen van mijn organisatie te helpen bereiken? Het gaat toch ook om wat ík wil? Of wat mijn bestuurder of directeur wil? (Ik geef je nu de gelegenheid een mooie open deur nog verder open te trappen, merk je dat? Eens kijken of mijn conversie een beetje op orde is hier :))

R: Haha! Dank voor deze gelegenheid :-) Natuurlijk krijg ik deze vraag ook vaak en het antwoord is simpel voor online. Je moet eerst contact maken, dat kan alleen als je het haakje bij de ander weet te vinden. Als het contact er eenmaal is, dan is er ruimte voor jouw verhaal (of dat van je organisatie). Het gaat er dus niet om dat je niet je eigen verhaal mag vertellen, maar dat je eerst contact moet maken (nu herhaal ik mezelf, enfin). En daarnaast is het zeker binnen overheidscommunicatie een precair evenwicht. Natuurlijk moet je vooral kijken naar wat de buitenwereld verwacht. Maar als politiek en overheid ben je ook vaak met nieuwe onderwerpen bezig, met agendasetting. Dus ook die moet je op de kaart durven zetten. Maar ook dat lukt alleen als je een haakje bij de ander vindt.

M: Agendasetting is dan weer een onderwerp waar ik warm voor loop, maar dat is meer in de hoek van de overheidsparticipatie (daar ga ik wel elders over bloggen :)). Want ook dat zou moeten starten met ‘de buitenwereld’, immers.

R: He, we zijn ruim over onze tijd heen. Ik merk al dat we weken met dit onderwerp vooruit kunnen ;-) En we kunnen en moeten dit ook stukken concreter maken. Zullen we eens aan onze lezers vragen om een bijdrage? Dus roept u maar: welke basiskennis moet elke communicatieprofessional hebben over online copywriting en wanneer wordt het een specialisme? Ook praktische tips voor boeken, webinars en trainingen zijn welkom!

M: En misschien kunnen we proberen om vooral ook voor onszelf eens te benoemen welke basiskennis we in 2013 zelf willen gaan beheersen. Ik ga me dit jaar meer verdiepen in ROI, heb ik bedacht, en SEO vind ik ook iets waar ik meer van zou moeten weten. Ik heb bovendien besloten dat ik *geen* extra tijd ga stoppen in het technisch onder de knie krijgen van alle nieuwe features van Facebook. Ik hoor graag welke collega ik daarvan kan inschakelen als ik daar eens behoefte aan krijg :). Heb jij nog voornemens, Renaat?

R: Doorgaan waar ik mee bezig ben! Ik ben natuurlijk dagelijks bezig met Frankwatching Trainingen, doe daarvoor zelf de copywriting en mijn collega Sanne van Let de SEO. We analyseren ons suf (want natuurlijk op zoek naar de ROI) en leren daar ontzettend veel van. Dus mijn voornemen blijft: hands on in de praktijk bezig en leren, leren, leren.

M: Dan citeer ik graag een stukje uit het mooie boek van Jojanneke (dat gaat NIET over online, maar over westerse weeskinderen) maar ze haalt daar Yeats aan en dat past hier ook prachtig.

Happiness is neither virtue nor
pleasure nor this thing nor that but
simply growth, We are happy when
we are growing.

– William Butler Yeats

Prachtig toch? En zo waar!

R: Jemig, wat ben jij melancholisch op de vroege ochtend! Maar prachtig en waar. En het boek van Jojanneke is een aanrader (wat een heldin!).

Maar dan wil ik deze blog toch afsluiten met de herhaalde oproep aan onze collega’s:

Roept u maar: welke basiskennis moet elke communicatieprofessional hebben over online copywriting en wanneer wordt het een specialisme? Ook praktische tips voor boeken, webinars en trainingen zijn welkom!

M: Was weer leuk!

R: O, kan hierover nog uren doorpraten! Volgende chat echt pas op 25 februari? :-( Nou ja, vakantie is ook belangrijk! Tot dan!

 

17 reacties op “Online copywriting: welke basiskennis heeft iedere #dncp nodig?

  1. Leuk blog weer, Renata en Marije! Zoals jullie weten draag ik goede content, of nee, goede websites eh nee nee, goede dienstverlening een warm hart toe. Ik zie goede content (en dus de afwezigheid van slechte content) als een resultaat van allerlei andere beslissingen op het niveau van dienstverlening en organisatie.

    En dat is nou een beetje het probleem hè? In de overheidsorganisaties waar ik zoal terecht ben gekomen, zit er zelden een communicatieadviseur met een beetje belangstelling te luisteren waar hij of zij kan bijdragen tot betere content.

    Ze zijn zelfs vaak een beetje bang dat het gaat over ‘schrijven voor het web’, en dat doen ze niet/ kunnen ze al/ doet een ander/ is niet hun verantwoordelijkheid etcetera. Dat is nog helemaal de printwereld waar zij in verblijven, pagina’s en documenten. Lever maar aan in word, de webmaster zet het wel in het CMS.

    Ik heb daar laatst – over die visie op webcommunicatie – laatst een blog over geschreven (zie variant 3). http://www.wieperbij.nl/wieplog/?permalink=decentraal-webbeheer–goed-idee-of-toch-niet- Daarin beschrijf ik hoe communicatiemensen tegen webbeheer aankijken. Niet iets dat ze zelf moeten doen, maar wat vooral een ander moet doen. Omdat het ‘van de gehele organisatie is’.

    Liever een middagje een ander die niet kan schrijven en het nooit echt zal kunnen ‘coachen’, dan een kwartiertje even zelf rikketiksietik een goede tekst schrijven. (Of wat achterhaalde teksten opruimen..)

    Copy en copywriting is, zoals iemand laatst tegen me zei, voor mensen in organisaties het werk aan de onderkant van de voedselketen. Communicatieadviseurs doen hun best een beetje bovenin te belanden en aan tafel te zitten. Zolang dat zo blijft, is er een goede boterham voor adviseurs en copywriters te verdienen aan goede content.

  2. Oooh, wat een erg! ‘De onderkant van de voedselketen’. Dat moet toch snel veranderen? Hup vakgenoten!

    Nog niet lang geleden hield ik het verhaal over #dncp voor hoofden Communicatie van grote gemeenten. Zij vonden de benodigde aandacht voor de allround online copywriters een van de grootste eye-openers. En beseffen dat deze groep (in dienst) zwaar ondergewaardeerd en onderbetaald wordt.

    Mijn idee; zit je in de redactiehoek? Specialiseer je in allround online copywriting. Een vak waar schreeuwend behoefte aan is en maar een handjevol mensen beschikbaar is die dit kunnen. Er wacht je een grootse toekomst…

    Dankjewel voor je reactie Wiep en geweldige blog is dat toch die je hebt geschreven. Jij bent ook nooit bang het beestje bij de naam te noemen, fijn is dat :-)

  3. Mijn reactie heeft een hoog ‘preaching to the choir gehalte’, maar ik doe het lekker toch. Ook heb een verleden als bedrijfsjournalist en ik heb het genoegen gehad om onder/met/voor Jacq. Wallage te werken. Nou, dan kom je zonder schrijfvaardigheden als communicatiemevrouw of -meneer in een gemeentehuis echt helemaal nergens. Ik denk wel dat die periode me gevormd heeft. Dat er toen een manager zat die zat bij te houden hoe lang je over het schrijfwerk deed én met de Rode Pen alles bekeek en beoordeelde hielp ook goed mee. En dat hij voor inhuur op schrijverij gewoon een Fte neerzette. Echt, kon je niet schrijven, dan mocht je niet blijven.

    Dank ook Renata voor je compliment over klare taal. Ik neem graag het medicijn dat ik andere voorschrijf :-)

  4. Ben het wel met Wiep eens.

    Ik ken communicatiemedewerkers die écht keien in hun vakgebied zijn en kijk met bewondering wat zij allemaal bewerkstelligen. Teksten schrijven kunnen ze als geen ander, maar in combinatie met online zien ze het gewoon niet. En laten we wel wezen: ze krijgen er ook niet de tijd voor.
    SEO is veel meer dan alleen maar op een bepaalde manier je teksten schrijven. Dat moet je helemaal apart zien. Er moet een vertaler tussen de comm.medewerker en online zitten. Volgens mij de meest simpele oplossing.

    Dan kan de comm.medewerker gewoon blijven doen waar hij in uitblinkt en niet twee dingen halfslachtig gaan doen.

    Ik ga toch zelf maar eens kijken richting allround online copywriting…

  5. @Paul Natuurlijk gaat SEO over meer en is het een specialisme, maar niet iedereen hoeft SEO-specialist te zijn, toch? Dat neemt niet weg dat iedere communicatieprofessional (volgens mij) over Schrijven voor SEO hoort te weten:
    – wat de term betekent
    – dat de kwaliteit van je teksten van invloed is op de vindbaarheid (en vindbaarheid heel belangrijk is!)
    – welke zoektermen jouw doelgroep (of liever: community of interest) gebruikt om te zoeken naar het onderwerp waarover jij schrijft
    – hoe je behoorlijke linkteksten schrijft (iedereen die nog ‘klik hier’ gebruikt moet terstond worden ontslagen!)

    Dat is toch geen abacadabra? Daarvoor hoeven we toch niet nog meer specialisten in te zetten als vertaler?

    En als je anno 2013 de combinatie met online niet ziet, dan ben je wellicht niet zo’n goede tekstschrijver (meer)? Dan heb je afgelopen jaren je huiswerk niet gedaan en outdated geraakt? Of ben ik nu te hard?

  6. Hoi Marije en Renata,

    Interessant stuk! Bij de info over de Structuurvisie 2040 op onze website vertonen we inderdaad ‘nogal’ wat zendergedrag. Maar in onze Facebookposts over dit onderwerp zijn we juist de interactie aangegaan, in duidelijke taal. Graag licht ik dat even toe.

    Het betrekken van de Tilburgers bij het maken van een nieuwe structuurvisie heeft op verschillende manieren plaatsgevonden. Ook Facebook is ingezet. In december 2012 hebben we wekelijks een stelling op onze pagina geplaatst. Dat hebben we gedaan op een manier die bij Facebook past. Geen moeilijke ambtelijke taal, maar leuke, prikkelende stellingen in gewonemensentaal. Bijvoorbeeld de vraag: “Hoe oud ben jij in 2040? In wat voor stad wil je dan wonen? En wat doe je dan?”. Aan de 114 likes en 103 reacties te zien, blijkt dat heel wat Tilburgers zich aangesproken voelden en graag wilden meepraten “over iets dat 27 jaar verderop ligt in de tijd.” Ook de andere stellingen leverden overigens veel respons op.

    De afbeelding die jullie plaatsen om aan te tonen dat er nu geen stelling op Facebook staat en wij dus onduidelijk communiceren, is een foto van de huidige header. De header veranderen wij regelmatig. Op dit moment loopt bijvoorbeeld een nieuwe afvalcampagne, dus hebben wij ervoor gekozen het campagnebeeld in de header te plaatsen. De stellingen over de structuurvisie staan al geruime tijd op Facebook, maar omdat we elke dag nieuwe berichten posten zijn ze gezakt in de tijdlijn. In de maand december hebben we de posts over de structuurvisie een duidelijke plek gegeven door ze over de hele breedte een week lang bovenaan de pagina te plaatsen. Bezoekers van onze facebookpagina kregen zo dus altijd als eerste de stellingen over de structuurvisie te zien.

    Als jullie graag meer willen weten, dan laat maar weten.

    Met vriendelijke groet,

    Stephanie
    Medewerker nieuwe media
    Gemeente Tilburg

  7. Hoi Stephanie, bedankt voor je reactie, er bovenop! Leuk en goed :-)
    Ik ging juist kijken bij de gemeente Tilburg, omdat ik vind dat jullie Facebook goed doen. Mijn punt is dat op de webpagina van de structuurvisie wordt verwezen naar de Facebookpagina. Degene die dus verantwoordelijk is voor dat stukje content zit dus te slapen! Het is immers inmiddels februari en geen december meer… Dit gaat precies over het punt dat Marije maakt: “Commprofs realiseren zich dat schrijven voor interactie betekent dat je werk niet af is als het stuk gepubliceerd is, dus dat meten, reageren en teksten wijzigen als ze niet doen wat je voor ogen hebt, bij het werk hoort”.

    Ik wil hiermee niet jullie goede bedoelingen afkraken, maar juist laten zien dat je met de juiste tekst veel meer engagement kan creëren. En dat zendergerichte en verouderde content de interactie hindert.

    Nogmaals: heel leuk en goed dat jij reageert! Jouw functietitel intrigeert me in dit verband wel; blijkbaar ben jij een specialist, maar waarin precies? Nieuwe media is immers zo’n breed gebied… En is het gevaar niet dat alles dat met online te maken heeft op jouw bordje terecht komt? Zou je daar iets meer over willen vertellen?

  8. Ha Renate en Marije, laat ik ook nog een duit in het zakje doen ;-) Ik merk bij mijn huidige werkgever dat copywriting echt als een apart vak wordt gezien. Inderdaad niet bovenaan in de voedselketen, als ik Wiep mag citeren. Het communicatie-adviseurschap is toch het ware! En daar zitten soms mensen die: minder ‘talig’ zijn, of nauwelijks voeling hebben met online, maar wél de voren voor het beleid trekken. En zich bemoeien met de ‘look and feel’ en huisstijl van de online presentatie.

    Die combinatie van welbewust (en zoekmachinevriendelijk) schrijven voor het web, aan de structuur- en vormgevingsknoppen mogen zitten in het Content Management Systeem (of in de social media) én meedenken over wat het totaalplaatje moet zijn, zie ik in onze corporate praktijk niet. Terwijl ik het gevoel heb dat dat wél heel goed werkt.

    Is dit een combinatie die alleen in mijn hoofd zit, omdat ik dit nu eenmaal voor mijn kleinere dienst binnen de organisatie zo kan doen? Of is dit ook als je op grotere schaal werkt een krachtige bundeling van disciplines?

  9. Ik kan het misschien nog aanscherpen: als copywriter weet je precies wat er beter kan aan de content die experts aanleveren. Die content is vaak te wijdlopig, bevat teveel herhalingen, afkortingen, ambtelijke en formele uitdrukkingen. Ik merk zelf in de praktijk dat ik het altijd nog beter kan doen: hoeveel passieve – ‘door zombies’- constructies er blijven hangen. Dat soms hele zinnen overbodig zijn.

    Experts zien vaak niet graag dat er aan hun teksten gesleuteld wordt. Daarom moet er telkens weer uitgelegd worden waarom je dit doet. Dat het effect is dat de inhoud sterker over komt, dat teksten beter leesbaar zijn en dus meer gelezen worden, dat de tekst beter scoort in zoekmachines, dat het bereik dus groter wordt. Dat laatste zien de experts meestal wél zitten. ;-)

    Zolang de verantwoordelijke communicatieprofessional hier voldoende voeling mee heeft en dit ‘microbeleid’ kan overbrengen aan de experts in kwestie is er geen probleem. Maar als copywriter en het adviseurschap in een persoon verenigd zijn is dat… gemakkelijker?

  10. Hallo Eric, mooie constatetering dat de mensen die ‘bovenin’ zitten wel huisstijl en look-and-feel bepalen. Bij te weinig voeling met online wordt dit al snel (ervaren als) een hindermacht. Ik ben ervan overtuigd dat de vorm in de zin van huisstijl er steeds minder toe doet. Beeld is uiteraard wel heel krachtig, zeker binnen bepaalde platformen zoals Facebook.

    De bundeling van disciplines die jij beschrijft werkt volgens mij ook in grotere organisaties. Alhoewel ik niet iedere communicatieprofessional aan de knoppen van het cms zou willen laten draaien ;-)

    Ik vind het mooi hoe je beschrijft hoe je experts kan ‘overhalen’ aan hun tekst te laten sleutelen. Ik begrijp alleen het laatste stukje van jouw pleidooi niet helemaal. Vind je nu wel of niet dat communicatieprofessionals skills op het gebied van online copywriting moeten hebben?

  11. Hoi Renata, dank voor het compliment over onze Facebookpagina! En je hebt zeker een punt als je zegt dat zendergerichte en verouderde content de intereactie hindert. Op dit moment zijn mijn collega’s van het webteam bezig met een nieuwe website. Actuele en goed leesbare content zijn daarbij belangrijke uitgangspunten. Ik vertel je graag wat meer over mijn functie. Dat doe ik even per mail. Mvg, Stephanie

  12. @Stephanie Tnx, ik ga de mail met belangstelling lezen ;-) En ik heb toch nog een vraag, waarover ik vanmorgen liep na te denken. Heel goed dat jij nu reageert, maar waarom doet de communicatie-adviseur of beleidsambtenaar die verantwoordelijk is voor de Structuurvisie 2040 dat niet? Of ben jij dat toevallig ook?

  13. @Renate Mijn vraagteken is welbewust. Ik ga namelijk soms teveel uit van mijn eigen ‘kleinschalige’ werksituatie.

    Echt hele goede webteksten schrijven is al een specialisme op zich.
    Handig zijn met een CMS is een tweede. Het direct kunnen werken in een CMS wordt echter minder riskant zodra er een intuïtieve en gebruiksvriendelijke editor en een workflow aan de achterkant zit.
    Online strategie ontwikkelen én kunnen overbrengen: vaardigheid nummer drie. Maar wel noodzakelijk dat die persoon op zijn minst globaal weet wat wel en niet werkt in copywriting, en wat SEO inhoudt.

    Conclusie: alles in een persoon vereenvoudigd. Makkelijk: jazeker! Realistisch: nee, omdat het specialismen zijn die ik doorgaans bij heel verschillende persoonlijkheden verwacht. De echte communicatieprofessional heeft op zijn minst basiskennis op al deze gebieden.

  14. Mooi gesprek weer tussen jullie! En, bij de top 4 zou ik – helaas – ook kennis van de schrijftaal willen toevoegen, wat in de meeste gevallen Nederlands is. Want de fouten die je soms tegenkomt zijn schandalig.
    Los daarvan merk ik in de praktijk dat het eigenlijk helemaal niet de bedoeling is dat mensen gaan reageren op wat er op een site staat. En dat communicatieadviseurs daar graag op schrijven en op acteren, maar dat ‘de andere partij’ dat niet wil. Want reagerende inwoners zijn eng. Die kun je niet meer tegenhouden. Die roepen van alles en dat kan schadelijk zijn voor de reputatie/organisatie. Dat is wat ik hoor en zie gebeuren. Het is niet alleen vanuit communicatie dat de problematiek van slechte online copywriting er is. Juist vanuit de top wordt hier op gestuurd. Kennelijk is er iets waar ze zich zorgen om maken?

  15. Ik wil me ook graag verder verdiepen in SEO en kwam laatst deze site tegen. 156 SEO tips om beter vindbaar te worden. 000.nl/seo-tips/