Maak plaats voor #dncp (interview in Vakblad Communicatie)

Interview uit het maartnummer 2013 van Vakblad Communicatie door Rocco Mooij:

Cover Communicatie maart 2013Ze maken zich zorgen over de toekomst van het vak. Vandaar: #dncp. Ofwel: de nieuwe communicatieprof. Een blog, nee een hoenderhok waarin Marije van den Berg (Ma) en Renata Verloop (Re) regelmatig een knuppel gooien. Discussie willen ze. Over de vraag waarom vakgenoten maar niet social willen worden. Hoog tijd dus voor een interview. Niet live, want dat is ouderwets. Maar online. Via een chat op Google drive. Gewoon, op een doordeweekse maandagavond.

 

Ma: Koffie loopt, kinderen zijn onder zeil, tijd voor een chat over de toekomst van de communicatieprof. Rocco, te gek dat je zin heb in het experiment!

Re: Hier ook kleintje onder zeil en kop thee op het bureau, brand maar los!

Ma: Ik denk dat die Anonymous user..? Ja!!! Zet je ‘Ro’ voor je naam? hai!

Ro: Ja daar ben ik.

Re: Hoi!

Ro: Eerste vraag: ik struikelde op #dncp een beetje over het woord ‘publieke sector. Waarom richten jullie je louter op overheid?

Re: Ik heb jarenlang binnen de rijksoverheid gewerkt en doe nu veel voor uitvoeringsorganisaties en gemeenten. Maar we merken wel dat dingen die we roepen over overheidscommunicatie ook binnen andere branches herkend worden!

Ma: Voor mij geldt eigenlijk: als het bij de overheid lukt om met communicatie van toegevoegde waarde te zijn, kan dat overal. Andersom werkt het minder goed.

Ro: Zeg je hiermee dat het probleem van dncp zich vooral in de publieke sector manifesteert? 

Ma: In de profitsector wordt er meer uitgeprobeerd, al was het maar omdat het niet om belastinggeld gaat. In de publieke sector zien we veel stilstand. Meer dan in de profitsector. Daar gaan bedrijven gewoon failliet  als ze niet aanhaken. Bij de overheid moeten we echt van binnenuit veranderen.

Re: Het communicatievak is in het algemeen veel te laat aangehaakt op deze nieuwe ontwikkelingen. En binnen de overheid in het bijzonder. Ik denk dat marketing in de profitsector veel dominanter is. Men is daar veel eerder aangehaakt bij de online ontwikkelingen. Al dan niet noodgedwongen.

#dncp in Vakblad Communicatie

Foto: Duco de Vries

Ro: Wat is nu volgens jullie de reden dat die communicatiegemeenschap zo achter de feiten aanhobbelt?

Re: Wisten we dat maar, dan wisten we ook beter hoe we mensen konden motiveren of aanspreken. Maar we zien wel erg veel mensen die niet (meer) serieus bezig zijn met hun vak, geen boeken of blogs lezen. En volledig geïnstitutionaliseerd zijn geraakt, zo verstrikt met hun interne wereld dat ze helemaal kwijt zijn voor wie en waarom ze het doen.

Ma: Ik denk bovendien dat er een vreemd soort emancipatie heeft plaatsgevonden onder communicatieprofs. Van uitvoerders zijn het nu veel meer strategen geworden. Maar tegelijkertijd is er – daardoor? – een afstand tot het hart van organisaties ontstaan. Wij stellen: communicatieprofs die niet uitvoeren zijn niet geschikt om hun vak uit te oefenen in de netwerksamenleving.

Ro Want je moet zelf actief twitteren om het te begrijpen?

Ma: Dat natuurlijk allereerst! Maar dat is nog wel het minst. Als je zelf niets hebt met online communicatie, dan moet je echt een ander vak gaan zoeken. Als je naar de ontwikkelingen van de laatste 15 jaar geen vakmatige nieuwsgierigheid hebt, wat doe je dan nog in dit vak? Maar dat is slechts de basis. Vervolgens gaat het erom dat je niet alleen weet wat twitter is, maar ook wat twitter doet. Strategische uitvoering en praktische strategie. Je moet echt meer weten dan wie ook om te kunnen adviseren.

Re: Mag ik nog even terugkomen op de scheiding tussen strategie en uitvoering? Ik zie dat namelijk als een van de oorzaken van het (bijna) failliet van ons vak. Er worden mooie plannen gemaakt en afgeleverd met de mededeling:  ‘wij zijn niet van de uitvoering’. Niet alleen tot grote frustratie van beleid, maar ook tot grote frustratie van de adviseurs! En als ‘de uitvoering’ aan de medewerkers wordt overgelaten,  dan missen die vaak weer veel context om die uitvoering goed te kunnen doen.

Ro: Dus?

Re: Dus naast de interne klant gaan staan en samen aanpakken, schakelen tussen strategie en uitvoering en je interne netwerk van specialisten inzetten.
Ma: Van Renata mag ik het woord ‘dienstbaar’ niet gebruiken, maar dat is het wel..!
Re:  En het communicatieplan het raam uit!
Ma: Joehoe!!

Ro: Ik mis even de link met dncp. Of interpreteer ik het begrip te smal. Te social?

Ma: Dncp gaat over de invloed van online en social. Die invloed gaat verder dan de instrumenten en kanalen. Social en online zijn katalysators voor organisatieveranderingen, voor veranderingen in de samenleving. Online en social maken haarfijn duidelijk waar communicatie mank gaat en waar er behoefte is aan andere vormen van communicatie. En dus aan andere communicatieprofs. Communicatie in het netwerk is persoonlijk, niet hiërarchisch, niet functioneel, gaat uit van het moment en niet van formele contactmomenten. Microcommunicatie, het feit dat iederéén kan zenden (en dus moet weten waar de organisatie voor staat om dat een beetje ontspannen en goed te kunnen doen), en autoriteit op basis van toegevoegde waarde aan het netwerk in plaats van autoriteit op basis van positie. Dat zijn allemaal elementen van de netwerksamenleving en die hangen zo sterk samen met communicatie dat professionals in ons vak als een gek moeten bijleren. Leren, leren, leren. De hele dag leren. En dat gebeurt veel te weinig.

Re: Als ik het even plat mag slaan met een voorbeeld: tijdens workshops werk ik met klanten vaak aan een case. Ze willen dan weten ‘hoe ze social media kunnen inzetten’ (wrong question of course, maar goed). Dan komt altijd de vraag op tafel wat de ‘call to action’ online is. Oftewel, wat willen ze dat mensen gaan DOEN online? Dan blijkt vaak dat ze dat niet kunnen formuleren, omdat ze eigenlijk niet weten aan welke organisatiedoelstelling ze bouwen. Dan komt dus heel pregnant naar voren dat je de uitvoering inschiet zonder eerst de strategische vragen te stellen.

Ro: Een stelling: de nieuwe communicatieprofessional is geen communicatieprofessional

Re: Grappig dat je dit zegt! Wij hadden namelijk een week of twee geleden exact dezelfde discussie. We filosofeerden een beetje over het begrip community manager en of die term de lading zou dekken. Op de Ambtenaar2.0 dag ontmoette ik iemand die zichzelf ‘beleidsontwikkelaar’ noemde. What’s in a name… Ik weet het niet, ik ben eigenlijk wel benieuwd naar de meningen van anderen in het vak. Maar als het zo doorgaat daalt de functie nog verder in aanzien en is het misschien wel een verstandige move om een andere titel te kiezen.

Ma: Volgens mij is dncp wel een communicatieprofessional. Er is namelijk ongelofelijk veel behoefte aan ondersteuning op communicatievlak. Volgens mij is de toekomst aan sterke inhoudelijke  beleidsmakers die ondersteund worden door communicatieprofs die op hun beurt ook veel van de inhoud weten. Genoeg in ieder geval om  een goede sparringpartner te zijn.
Wat vervelend is: wij merken dat veel medewerkers de afdeling communicatie steeds meer als hindermacht zijn gaan zien.  “O, het moet eerst nog langs communicatie en die zijn altijd weken bezig om een plan te maken voor we ‘naar buiten’ kunnen.”

Re: Of nog erger: ik moet het aan communicatie vragen, maar ik heb er zelf meer verstand van.

Ro: Ik begrijp van diverse sociale mediagoeroes, zoals Steven van Belleghem dat communicatiemensen niet zijn opdrachtgevers zijn. Zijn kritiek: ze willen beheersen, zijn veel te voorzichtig. En dat terwijl online engagement nu juist het terrein zou moeten zijn van de communicatieprofessional. Wat moet er gebeuren opdat ze die rol wel gaan pakken?

Re: Veel vakgenoten zijn niet meer om te scholen. Er zal een enorme uitstroom plaatsvinden en er komt een nieuw type communicatieprofessional binnen. Althans dat hoop ik. Social is geen truc die je kunt aanleren, dat moet in je zitten.

Ma: ik denk dat interne communicatieprofessionals, als ze zelf het tij willen keren, als de sodemieter heel hard moeten gaan wérken. Niet in een plan opschrijven ‘dat we de buurt gaan betrekken via Facebook’, maar gewoon een lijst aanleveren van alle mensen uit de buurt met naam en toenaam, Twitteraccount en Facebookprofiel. Researchen, zelf op zoek, opbellen, echt dat netwerk verkennen, weten met wie de beleidsmensen of bestuurders in gesprek zouden kunnen.

Re: Hoho, hier moet ik even aan de rem trekken. Wat is de verantwoordelijkheid van bestuurders en beleidsprofessionals zelf dan? Het gevaar van jouw redenatie is dat de communicatiemedewerker de zoveelste aap op de schouder krijgt en werk gaat doen dat iemand gewoon zelf moet doen. Vergeet niet, het zijn servicegerichte types en veelal vrouwen…

Ma: Beleidsmakers moeten inhoud leveren aan een netwerk. Maar bij communicatiemanagement, als we dat als nieuwe competentie zien, gaat het toch juist om wat ik hier beschrijf? Je stelt dat beleidsmensen zelf het netwerkmanagement moeten doen. Ik denk dat communicatieprofessionals daar heel goed bij kunnen begeleiden. Dat doe je dus echt samen. Niet een plan schrijven voor de beleidsmensen, maar samen met de beleidsmakers aan de slag.

Re: Als je het zo stelt ben ik het wel met je eens.

Ro: Misschien is jullie opvatting wel waar, maar de praktijk is vaak weerbarstiger. Veel communicatiedirecteuren zijn misschien helemaal niet bezig met communicatie maar met praktische zaken als: overleven, hun positie, de positie van de afdeling.

Re: Natuurlijk is de praktijk weerbarstig. Maar ik ben opgeleid als communicatieadviseur toen ‘het internet’ nog niet bestond. Halverwege de jaren ‘90 ben ik erin gerold en het online vak is voor mij de ultieme kant van communicatie, omdat je je echt bezig moet houden met wat de ander drijft. Anders krijg je online niks voor elkaar. En dat is precies wat veel vakgenoten nu ervaren. Ze dachten dat ze de ogen en oren van buiten waren, maar komen er nu achter dat ze al heel lang ‘his masters voice’ zijn. En dat wringt en schuurt natuurlijk enorm.

Ma: Online wordt er keihard duidelijk wat werkelijk werkt, en ook: hoe veel je écht weet van je lezer,  klant, bezoeker… Online is domweg keihard afrekenen met wat je uitspookt als communicatieprofessional. De waarheid is dat veel mensen gewoon graag mooie ‘middelen’ maken, of die middelen nu werken of niet. Uiteindelijk is de vraag: heeft wat je doet, toegevoegde waarde. Overleven als afdeling heeft op zich geen toegevoegde waarde.

Ro: Ik ben het eens met jullie. Ik verbaas me in hoge mate over de op zijn minst laat opgebloeide interesse onder communicatieprofessionals  voor sociale media. Maar als dit gesprek daar ophoudt, is het meer een soort pamflet. Ik zou willen dat de discussie op een hoger niveau getild wordt dan de constatering dat de wereld van communicatie bestaat uit achterblijvers.

Re: Eens! Wij willen juist ook de stap maken naar concrete veranderingen en met het communicatievak in discussie wat de stappen moeten zijn.

Ma:  Dat kan mijns inziens starten met een wat algemeen gesprek over wat ‘netwerken’ nu inhoudt in relatie tot ons vak. Immers, daar zit de grote verandering. Laten we in gesprek gaan over wat netwerken voor ons persoonlijk betekent, voor onze teams, de organisatie. Voel jij je onderdeel van een netwerk? Zitten er in dat netwerk mensen die jij met jouw communicatie wilt beïnvloeden? Weet je wie de influentials zijn rond het onderwerp waarover jouw communicatieadvies gaat? Weet je hoe je die mensen kunt vinden en betrekken? En weet je ook hoe je daarover beleidsmensen of bestuurders kunt adviseren? Wat moet jij doen om het netwerk te activeren? Welke kanalen zijn het effectiefst in je netwerk en hoe weet en meet je dat?  Wanneer je daar een beeld van hebt gevormd, is het tijd om daar ook met de rest van de organisatie over in gesprek te gaan. Maak koffieafspraken om te praten over je toegevoegde waarde aan het werk van de beleidsmaker. Wat betekent ‘onderdeel zijn van de netwerksamenleving’ voor hún vak en werk? Wat kun je daar vanuit je communicatie-expertise aan toevoegen?

Re: Mooi betoog Marije! Ik merk dat ik wel iets meer van de kaders en de lijnen ben en het graag vertaal in een concrete organisatieverandering. Voor mij is dat de lijn uit dit artikel dat ik schreef over de toekomst van de afdeling Communicatie:
(zie: http://www.frankwatching.com/archive/2012/10/11/de-toekomst-van-de-afdeling-communicatie/)
Ook dat is nog niet in beton gegoten, maar de kern van het pleidooi is wel duidelijk. Allereerst: zoek binnen de afdeling Communicatie over welke online basiskennis iedere medewerker moet beschikken en maak afspraken over hoe je zorgt dat je dit verder ontwikkelt. Enerzijds moet de organisatie gelegenheid geven kennis en vaardigheden up to date te brengen. Anderzijds mag de organisatie ook best wat verwachten van de individuele medewerker. Als je in 2013 nog weinig weet over online, dan wordt het hoog tijd dat je deze inhaalslag in je eigen tijd maakt. Kijk welke specialismen er nodig zijn en bij wie deze het beste passen. Op dit moment denk ik daarbij aan (online) klantcontact, (online) marketing en allround (online) copywriting.

Ro: Je kunt de communicatieprofessional niet van alles de schuld geven. Velen willen wel, maar de organisatie is er nog niet aan toe. Of de afdeling communicatie is te geïsoleerd of wordt te weinig serieus genomen.

Ma: Agendasetting is vaak gewoon een kwestie van het gesprek openen. We hopen dan ook dat managers van afdelingen met hun mensen gaan praten over welke specialismes zij moeten gaan ontwikkelen. Of welke competenties nieuwe collega’s zouden moeten hebben. En mocht hun afdeling een eiland zijn, dan moeten ze zich daarover achter de oren krabben. In hoeverre is hun afdeling dienstbaar aan de organisatie en zijn zij als manager betrokken bij de bredere organisatiedoelstellingen? In positie komen als adviseur lukt immers alleen als je je interne relaties op orde hebt. Als de communicatieafdeling in staat is de organisatiedoelen te vertalen naar communicatiedoelen en -instrumenten, dan kan ik me niet anders voorstellen dan dat de communicatieprofessionals in die organisatie met plezier werken aan het bereiken van die doelen.

Re: ‘De organisatie’ bestaat niet, mensen in organisaties wel. Met mensen kun je in gesprek. En ja, dat is soms een kwestie van een lange adem. En als het niet lukt om aansluiting te vinden bij de mensen in de organisatie, kun je je afvragen of je je talent niet verspilt en wellicht ergens anders beter op je plek bent.

De competenties van de nieuwe communicatieprofessional:

  • heeft basiskennis van online communicatie en zorgt dat dit continu up-to-date blijft
  • begrijpt de dynamiek van realtime communicatie
  • wil helpen met het maken van begrijpelijk beleid, met oog voor het proces, zowel intern als extern
  • schakelt moeiteloos tussen strategie en uitvoering
  • is flexibel, zowel op de inhoud als op werktijden
  • is niet bang om ‘zelf aan de knoppen te zitten’
  • durft te werken zonder communicatieplan!

[naschrift] En een beetje jammer van de cover, maar excuses aanvaard …

 

54 reacties op “Maak plaats voor #dncp (interview in Vakblad Communicatie)

  1. Pingback: De nieuwe communicatieprofessional #dncp | Whiteboxing

  2. Renata, Marije en Rocco,

    Met belangstelling jullie conversatie gelezen.
    Het zal jullie nog hééél veel inspanning kosten om alle mensen te overtuigen hoe het zal moeten.

    Ik ben maar een leek.
    Toch heb ik ook ervaren dat communicatie binnen een bedrijf ook heel erg belangrijk is.
    Helaas houden de ‘hogere leiding gevenden’ informatie voor zichzelf.
    Want een open communicatie is ‘eng’ en dan verlies je de macht…

  3. Zo herkenbaar, dit artikel! Met verbazing hoor ik nog regelmatig dat communicatiecollega’s niets doen met social media, soms zelfs niet eens een LinkedIn account hebben of het in ieder geval niet actief gebruiken.
    Ook heb ik zelf nog niet zo lang geleden tijdens een interimklus het verzoek gekregen om ‘even een bericht op te stellen’ voor de medewerkers in de organisatie over een projectplan met ook nog een zeer gevoelig onderwerp. En of ik daarna even een communicatieplannetje kon maken. Ik heb dat niet gedaan, uitgelegd waarom en ben vervolgens betrokken in het projectteam. Inmiddels, twee maanden later, bevestigde de projectleider volmondig de bijdrage van een communicatieadviseur onderschat te hebben. En is hij blij dat dat bericht toen niet de organisatie in is gegaan…
    De aanhouder wint, maar je moet als commpro wel vechten voor de juiste invulling van je rol. En vooral dicht bij jezelf blijven. Zonder te luisteren naar je ‘gut feeling’ kun je mijns inziens geen goede communicatieprofessional zijn.

  4. Fijn dat je het herkent, en ook heel goed om te lezen dat dienstbaar zijn aan de organisatie, wat jij nastreeft, niet betekent dat je niet zelfbewust of krachtig of kritisch kan zijn. sterker nog: dat is nodig. Maar het moet je dan wel gegund worden. Dat betekent dus allereerst: een lading kennis, dan verbinding zoeken en dan samen aan de slag. Echt cool dat jou dat gelukt is en dat dat (h)erkend wordt door je tijdelijke collega!

  5. Ada, spijker op de kop. En daarom ook de oproep aan de communicatiemanagers om meer verbinding te zoeken op MT-niveau.

    Kennis is macht, inderdaad. Geldt ook voor communicatieprofessionals trouwens ;)

  6. Meerdere rake observaties in dit artikel!
    Ook vanaf de andere kant zie ik, en meer loslopende online interimmers met mij: projecten hebben vaak te lijden onder organisatorische stammenstrijd. Die komt in allerlei variaties: communicatie versus IT, marketing versus communicatie, communicatieafdeling A versus communicatieafdellng B., de hiërarchische stoelpootzagerij nog daargelaten.

    Het laten ‘landen’ van het resultaat van een project in de (strijdende) lijn wordt helemaal ingewikkeld. Wat wèl werkt is op tijd de good guys/ voorlopers weten te vinden op de verschillende afdelingen (dus niet alleen binnen communicatie), en in project èn lijn- vervolgens ze aan elkaar knopen en trainen. Dat is snel en minder formeel.

    De observatie ‘communicatie wordt als hindermacht gezien door materiedeskundigen’ is ook herkenbaar. Maar materiedeskundigen hun gang laten gaan is werkt ook niet , zie in dit verslag een door registeraccountants gedroomde homepage: http://contentcafe.nl/2012/07/presentatie-anne-sikken-en-annemarie-jongejan/
    Ieder z’n vak, dus!

  7. Hallo Ilse, mooie observatie en geweldig artikel, dank daarvoor! En het mooie van jouw verhaal is dat je heel erg laat zien waar de toegevoegde waarde van de communicatieprofessional zit. En juist daar zijn we naar op zoek: wanneer en hoe voegen we waarde toe vanuit ons vak?

  8. Ik zou (als IT-er, ik geef het toe) het hele interview graag in een heel groot corps en bijna overal onderstreept met een gifgroene textmarker willen voorleggen aan veel (maar gelukkig niet meer álle) communicatie-professionals. Succes met wakker schudden!

    Overigens (@Renata) toen jij halverwege de jaren ’90 de bonte wereld van de Communicatie binnenrolde, bestond het publieke internet al. Dat er in de communicatiewereld ook toen al geen aandacht werd besteed onderstreept jullie betoog natuurlijk wel weer…

  9. En dank Ruud, voor je suggestie om het artikel te gaan verspreiden. Natuurlijk bestond het internet wel eerder. Maar als je geen programmeur was of aan het worden was, was dat toch echt wel een tikkie verborgen. Zullen we het erop afmaken dat iedereen die met communicatie als vak bezig was in 1999 en toen onder een steen is gekropen, in zijn eigen tijd moet gaan bijleren ;)? Ik kies dat jaar omdat toen the cluetrain manifesto verscheen (http://www.cluetrain.com/).

    Ook alweer 14 jaar oud… Och och och ;))

  10. De grootste veranderingen in onze maatschappij van de afgelopen decennia liggen in de manieren waarop we met elkaar communicatie. Geen wonder dat het communicatievak daarmee ook drastisch aan het veranderen is, of eigenlijk zou moeten zijn. De praktijk is namelijk dat strategie en uitvoering om elkaar heen blijven draaien, waardoor er uiteindelijke vaak te weinig uit onze handen komt. Resultaat: ‘de’ communicatie verdient weer eens niet de schoonheidsprijs…

    De nieuwe communicatieprofessional moet inderdaad midden in de organisatie staan en niet bang zijn om te doen. Bij voorkeur met de meeste krachtige manier waarop we kunnen communiceren met elkaar: online!

  11. Goed verhaal en terechte constatering dat er dringend behoefte blijft aan excellente uitvoering en praktisch advies. Ook op strategisch niveau blijft naar mijn idee behoefte aan advies. Maar ik voorzie dat een groot gebied er tussen zal wegvallen. We willen geen comunicatieplannen meer voor zaken die we beter direct in uitvoering kunnen zetten. Minder gelul, meer handen uit de mouwen. De discussie over community management loopt ook al een poosje. Is zich -in navolging van de omgevingsmanagers- als aparte tak van sport aan het ontwikkelen. Dat houden we niet tegen en moeten we ook niet tegen willen houden. In die zin sluit ik me ook aan bij de opmerking dat het in stand houden van de afdeling communicatie geen doel op zich is. Die moet zijn meerwaarde bewijzen, of er niet zijn lijkt me. Interessant overigens dat dit offensief om het communicatievak te herijken op verschillende fronten tegelijk wordt gevoerd. Ik denk daarbij ook aan het manifest van Gerald Morssinkhof, de tour door nl van Betteke van ruler en aan de dames van communicatiekragt. Boeiend. We zijn duidelijk een vak in ontwikkeling. Jammer dat Logeion te weinig de lead neemt….

  12. De uitspraak “communicatieprofs die niet uitvoeren zijn niet geschikt om hun vak uit te oefenen in de netwerksamenleving” was voor mij een tweet waard. Meteen ontving ik van een oud-opdrachtgever (directeur Ruimtelijke Ordening) een reactie op mijn tweet. Hij schreef “velen promoveren tot strategen. Papier is belangrijker dan praktijk. Plannen belangrijker dan resultaat.” Zijn ervaring. Maar ook mijn ervaring. Laten we ons mooie vak niet vanuit een ivoren toren, vanachter het bureau of via email uitvoeren, incl. lijvige plannen. Mensen zijn blij verrast zijn als je even langsloopt, belt en tijdens een overleg aangeeft dat je al wat ‘onderzoek’ hebt gedaan en bij hen wil toetsen wat hun ervaringen zijn. Dus echt luisteren; mensen enthousiasmeren en samen aan de slag. Uiteraard met een duidelijk doel. Klinkt zo logisch als ik dit nu weer tik. @Renata, Marije en Rocco dank voor het (opnieuw) opstarten van de discussie.

  13. Pijnlijk en fijn te merken dat ons verhaal herkend wordt. De reactie van het hoofd ro (“Papier is belangrijker dan praktijk. Plannen belangrijker dan resultaat”) is ook treffend. Dat neemt overigens niet weg dat plannen maken niet per se slecht is. Maar wat Esther zegt: steeds toetsen en bijsturen is dan essentieel!

    Dank allemaal voor dit leuke gesprek trouwens!

  14. Op twitter schreef ik dat dit een artikel met name interessant is voor beleidsmedewerkers. Renata vroeg waarom. Beleidsmedewerkers zijn van nature netwerkers. Veel werken nog met de traditionele stakeholders, maar je ziet er ook die via de social media de dialoog aangaan met een breed publiek. Typisch iets wat ‘vroeger’ bij de communicatieprofs werd neergelegd. Nu wordt dat onderdeel van het beleidsproces. De beleidsmedewerker is dus steeds meer een communicatieprofessional. Ik zie nog wel een eigen rol voor Communicatie; die van verbinder. Terug naar de essentie van communicatie. Luisteren wat er in de organisatie gebeurt, kijken wat er buiten speelt, mensen met elkaar in contact brengen, gevoel houden voor het ‘in relatie zijn’ met de omgeving en daar collega’s op aanspreken, collega’s wegwijs maken in ontwikkelingen in informatietechnologie… Beleidsmedewerkers kijken vaak niet verder dan hun eigen werkgebied. je hebt lieden nodig die het grote plaatje hebben. Dat maakt het verhaal van de organisatie en maakt het organisatie één geheel.

  15. Een interessant stuk.
    Positief: ik ben het bijna overal mee eens.
    Jammer: ik lees niets nieuws.

    De m.i. belangrijkste vraag die resteert: wat weerhoudt communicatieprofessionals ervan de benodigde stappen te zetten of (in vaktermen) het gewenste gedrag te vertonen? Wat mij betreft zou de discussie daarop gericht mogen worden.

  16. Heerlijk, knuppels in hoenderhokken gooien! Ik doe er graag aan mee. Wat een bullshit dit artikel (pff lekker hoor ff afreageren…) Ik vraag me in alle eerlijkheid af of jullie wel eens diep in organisaties rondlopen. Waar managers met medewerkers vandaag de dag in zwaarste crisistijd sinds de jaren ’30 proberen de boel draaiend te houden. In de zorg, in de jusitite-wereld, bij gemeenten (die volop in enorme bezuinigingsslagen zitten). in het onderwijs, in grote corporates waar bezuinigingen zorgen voor onzekerheid (ING, Rabo), in woningcorporaties. Vragen die daar nu spelen zijn: Hoe krijgen we de boel weer op orde? Hoe houden we de motor draaiende? Hoe krijgen we tevreden klanten? En vooral (en dat zou tenminste de kernvraag voor comm profs moeten zijn): hoe kunnen we mensen helpen in hun gecommuniceer om dit allemaal gedaan te krijgen?

    Ik heb diep diep respect voor de professional aan de frontlijn die elke dag ondanks alle shit waar organisaties in zitten, haar of zijn werk weer gedaan krijgt. Recent onderzoek van de RMO wijst uit dat ons land een groot gevoel van onbehagen leeft. En dat dat blijft. In weerwil van mensen die vinden dat we “het zo goed hebben.” Op veel vlakken is het echt mis. Vooral in organisaties.

    Waarom deze inleiding? Omdat ik een discussie over of communicatieprofessionals nou on line moeten gaan en waarom dan en hoe dan en wat dat allemaal aan mogelijkheden biedt (ook binnen de overheid!) enz volstrekt irrelevant vind.
    Het leidt af van waar het werkelijk om zou moeten gaan: comm profs die nou eindelijk eens moeten leren om mensen te helpen in hun dagelijkse gecommuniceer. Samen met P&O de hand aan de ploeg slaan en kantelen die hap: niet de corporate lulkoek zenden via social media maar op naar de frontlijn, uit de ivoren oren en met managers in gesprek. Niet achter laptops, tablets en iphones hangen met vragen hoe we in de digitale online wereld kunnen meedoen met discussies omdat dat de toekomst zou zijn. Onzin. Natuurlijk wordt er steeds meer online gewerkt, maar als ik aan een groep managers (en medewerkers) vraag wie zakelijk online werkt is dat percentage uiterst marginaal. Ze doen namelijk gewoon hun werk. Dus: kappen deze koffieleut over online frustraties van betrokken comm profs. Zoek liever mensen op (IRL graag!). Luister naar ze, verken hun communicatieve zorgen en draag menselijke communicatie-oplossingen aan in plaats van online oplossingen.
    Heerlijk, deze knuppel op dinsdagmorgen. Het doet me goed. ;-) En eh…. het is niet En En, het is scherp kiezen: werk met mensen IRL en sluit aan bij hun zorgen. Niet online meedoen in conversaties maar gewoon rondlopen, aanspreken, een bakkie doen op de rand van een bureau. Een gesprek voeren. Hoe het met managers/projectleiders/medewerkers gaat. En waar ze communicatief nou last van hebben. En ze daarbij helpen.

  17. Hai Erik! Uit het hart gegrepen! Natúúrlijk gaat het niet per se om “online”; maar blijkbaar is dat wél wat er blijft hangen… Verdorie, communiceren valt nog niet mee :)

    Samenwerken, op de hoogte zijn, vanuit je professie van toegevoegde waarde zijn voor het primaire proces, dienstbaar zijn zonder te denken dat je daarvoor kracht inlevert, dat zijn natuurlijk allemaal véél belangrijker begrippen dan “twitter”.

    Dat neemt niet weg dat dat ‘gecommuniceer’ van mensen in het primaire proces tegenwoordig onder invloed van al die nieuwe mogelijkheden (en dus wensen van de gesprekspartners buiten daaromtrent) wél ook online gebeurt. Om die keiharde en leuke werkers in bijvoorbeeld gemeenten en corporaties (en ja, daar kom ik wel ‘ns) te kunnen ondersteunen, moet je toch op zijn minst ter zake kundig zijn.

    Want helaas, als je als ambtenaar van jouw bestuurder de opdracht krijgt om “in cocreatie” iets te gaan doen, en jouw communicatieadviseur weet niet hoe je óók online kunt inzetten om mensen in de energieke samenleving te vinden die ideeën hebben, en de communicatieprof weet niet dat je ook online goed kunt gebruiken om op een hartelijke, doordachte en duurzame mensen te betrekken (of liever nog: om de gemeentelijke organisatie te betrekken bij de energieke samenleving; als je dat interessant vind kun je wat snuffelen op http://www.effectieveoverheidsparticipatie.nl), dan zul je helaas toch ook vaak zien dat er vaak ook onder bestuurlijke druk (al dan niet misbegrepen) allerhande lege maar dure platforms, campagnes en facebookgedoe ontstaat.

    Terwijl, inderdaad, een telefoontje, een koffieafspraak of een “binnenloper” veel meer beweging veroorzaakt.

    Én terwijl je als ambtenaar (of je nu communicatieprof bent, of wijkmanager) ook kunt kijken hoe je onderdeel kunt gaan uitmaken van bestaande online netwerken van betrokken burgers. Want veel mensen die zich onbezoldigd willen inzetten voor de publieke zaak (en die zijn er, dat weet jij vast ook, zie http://www.krachtinnl.nl en “mijn eigen club” http://www.stadslableiden.nl), die mensen zitten nu eenmaal niet in het gebouw van de professionals dus binnenlopen is dan best lastig. Ook doen zij hun nuttige werk vaak in de avonduren, dus koffiedrinken betekent dat je echt een afspraak moet maken. En dat eerste contact, dat is online vaak heel erg makkelijk gelegd.

    Dus als je als professional in de publieke sector wilt aansluiten, dan is het best handig om die vaardigheden te hebben. Daar kunnen commprofs bij helpen. Maar dan moeten ze, en dat is ons pleidooi, wél weten waar ze het over hebben en aan den lijve ervaren wat werkt en wat niet werkt.

    Renata zegt immers ook dat ‘we moeten iets met social media’ de verkeerde ingang is. En ik quote mezelf: “Maak koffieafspraken om te praten over je toegevoegde waarde aan het werk van de beleidsmaker.”

    Koffie online, ik weet niet hoe het met jou zit, maar dat smaakt mij toch minder dan IRL :)

    En nu? Nu ga ik je uitnodigen voor een kop koffie! Mail je marije@whiteboxing.nl? Bellen mag ook! 0646741903!

    Benieuwd weer naar jouw reactie!

  18. Rob, ik ben nu wel meteen erg benieuwd wat jouw antwoord op je eigen vraag is! Wat weerhoudt in jouw ogen communicatieprofessionals ervan de benodigde stappen te zetten of (in vaktermen) het gewenste gedrag te vertonen?

    Brand los!

  19. Mooi, zo’n inhoudelijke discussie naar aanleiding van een verfrissend en opgewekt geluid. Daar word je blij van! Met plezier en belangstelling volg ik #dncp – zowel hier als via twitter, zie ook hieronder. Zou wellicht aardig zijn om de discussie ook live verder te voeren en breder te brengen. Wat mij betreft kan onze beroepsorganisatie een prima podium zijn voor zo’n scherp en prikkelend debat. Marije en Renata: hulde in elk geval voor jullie initiatief en laat maar horen als jullie daar wat voor voelen! Hartelijke groet van Ron

    @erikreijn Nu met scherpe reactie van mij RT @RonvanderJagt Aanrader: de nieuwe communicatieprofessional http://bit.ly/13KpLbf @marije @renataverloop

  20. Hallo Ron, dank voor de uitnodiging. Die pakken we uiteraard graag met beide handen aan :-) We hadden al plannen deze discussie een live vorm te geven, dus als we krachten kunnen bundelen: heel graag! Ook fijn dat je ons op deze manier volgt.

  21. @Erik Hoi, fijn, een knuppel in het hoenderhok erbij gooien ;-) Ik ga graag in op een paar punten die je noemt.

    Je vraagt je of of wij wel eens diep in organisaties rondlopen. Heb je onze sites en LinkedIn-profielen gecheckt? Dan zie je dat wij niet sinds gisteren bezig zijn en we er de nodige meters in de praktijk op hebben zitten.

    Ben het helemaal eens met je pleidooi om de hand aan de ploeg te slaan. Geen corporate lulkoek (of dat nou via sociale media is of niet), op naar de frontlijn en met managers in gesprek. Dat sluit volgens mij volledig aan bij ons pleidooi om de dodelijk barrière tussen strategie en uitvoering te slechten.

    We willen allesbehalve alleen een koffieleut organiseren om te klagen dat alles en iedereen online moet. Maar wij zien twee dingen:

    – Door online en sociaal media is een heel aantal vanzelfsprekendheden in ons vak weggevaagd en zijn nog veel mensen op zoek naar de nieuwe realiteit. Wij willen heel graag in gesprek over wat die nieuwe realiteit is.

    – Online wordt vaak ontzettend slecht ingezet door communicatieprofessionals die geen idee hebben waar ze mee bezig zijn. Daarom krijgen we volgens mij ook zoveel bijval, omdat de webprofessionals binnen communicatieafdelingen daar gierend gek van worden (van hun collega’s en managers dus wel te verstaan).

    En jouw constatering dat managers (en medewerkers) slecht marginaal zakelijk online netwerk: moeten we ons daar dan bij neerleggen? Dat komt doordat mensen de meerwaarde niet kennen of het idee hebben dat ze dat ’s avonds thuis moeten doen. Als netwerken bij je werk hoort (en dat geldt natuurlijk voor een heleboel professionals!) dan hoort online netwerken ook bij je functie. En inderdaad: P&O-afdelingen zouden daar wel eens wat meer tijd aan mogen besteden. Over een vakgebied gesproken dat zwaar achterloopt…

    En nu wil ik wel eens weten waar jij en Marije dat bakkie koffie gaan doen, want met dat gesprek wil ik me natuurlijk ook zwaar bemoeien ;-)

  22. Ik vind dncp een erg relevant item. Juist nu. Was al blij met het sausje van Bettekes Nu. En keek geinteresseerd naar jullie initiatief. Vond nog niet echt aansluiting, denk een beetje om zelfde reden als @erikreijn. Het gaat niet om online. Maar de wereld van de comm. Professional is wel fundamenteel veranderd. Door online en m.n. door het effect ervan op organisaties, leiderschap, crises etc. Veel communicatie collega’s moesten zich al beter aansluiten op wat organisaties echt nodig hebben. Nu moeten ze dat in stroomversnelling zien te doen. Dncp is daarom geweldig initiatief, laten we de discussie breed voeren en zorgen dat het vak weer weet welke competenties echt nodig zijn!

  23. De noodzaak om te investeren in de kwaliteit van dncp is onomstreden. De vraag is welke kwaliteiten nodig zijn om het effect van alle inspanningen te vergroten. Mijn ervaring is dat te veel communicatieprofessionals gevangen zitten in het vak zelf; zij concentreren zich op de voorwaarden zoals naamsbekendheid, dialoog, draagvlak en uitstraling. Dat is oud denken en weerspiegelt enkel het organisatiebelang… Met legitimatie en reputatie alleen kunnen we niet langer volstaan.
    Het is tijd om die gevangenschap af te leggen en een nieuw perspectief, een nieuwe daadkracht en een nieuwe plek aan de directietafel op te eisen. Deze denkrichting ben ik nu verder aan het uitwerken voor mijn boek.

  24. Wat een goed gevoel en tegelijk een “Damn, dit had ik natuurlijk ook kunnen doen”-gevoel. Twee vakbroeders die mij met hun artikel en initiatief De Nieuwe Communicatieprof doen inzien dat ik geen roeper in de woestijn meer ben. Al een behoorlijke tijd roep ik namelijk binnen organisaties op communicatieafdelingen en HR afdelingen rond, dat we “anders” om ons heen moeten gaan kijken om regie te houden op ons vak. Met andere woorden, lets go social business en omarm ten minste de online media tools. Ga in ieder geval eens kijken binnen je strategieën wat ze kunnen betekenen voor je. Maar zelfs dat doen er slechts een paar. Typisch geval van jammer en daarom zo fijn dat er nu twee NCP’s flink voor die kar gaan uitlopen.

    Ik duw mee!!!
    Liever nog, ik loop mee voorop… kan ik ergens iets betekenen voor jullie?
    Nathalie van Hooijdonk
    nathalie@communicatieraakt.nl

  25. @Michael en @Huub: dank voor jullie support voor #dncp! We horen graag wat jullie zien als de competenties die echt nodig zijn en de nieuwe denkrichting!

    @Marilka Dank voor je blog (blogs inmiddels) en verbinding met #dncp! Fijn om op deze manier raakvlakken en verschillen te verkennen.

    @Nathalie Haha, super dat je mee wilt duwen! Er zijn meer mensen die dat willen (hoera!), dus ik denk dat Marije en ik binnenkort ons eens even moeten beraden hoe we dat het beste vorm kunnen geven. We keep you posted :-)

  26. Pingback: Maak plaats voor #dncp (interview in Vakblad Communicatie) | webmanagement.nl

  27. Met veel belangstelling volg ik de discussie over de dncp. Jullie zwengelen de discussie op een plezierige en constructieve manier aan! Als hbo opl.com willen we graag zo optimaal mogelijk aansluiten bij het werkveld zodat studenten van nu klaar zijn voor de toekomst. Ik hoor veel negatieve geluiden over het vak, maar ben zelf van mening dat het vak alleen maar in belang zal toenemen. Hoe meer mensen communiceren over en namens organisaties, des te groter het belang dat er professionals zijn die kunnen verbinden en anderen helpen communicatiever te zijn. Ook de toenemende transparantie en noodzaak tot authentiek optreden vraagt om goede communicatie. Herkenbare zaken die wij ook prominent in het curruliculum brengen zijn het kunnen schakelen tussen creatie en beleid, ontwikkelen van zelfbewuste en kritische houding, samenwerking in multidisciplinaire teams aandacht voor accountability etc. Wat lastig blijft is het aanleren van organisatiesensitiviteit en jezelf als volwaardig gesprekspartner neerzetten bij het management. Dit leer je pas echt in de praktijk, als stagiaire is dit toch anders. Als iemand suggesties hoe dit een plek te geven in onderwijs? Alle input is welkom!

  28. Wat ontzettend goed dat jullie hier zo veel aandacht aan besteden!

    Om eerlijk te zijn, mij lijkt het ontzettend lastig om organisatiebewustzijn te krijgen buiten een organisatie. Stages, heel veel vrijwilligerswerk/bestuurswerk (en dan niet in studentenorganisaties) dat doet volgens mij alles. Maar ook: leer studenten niet iets over organisaties, maar over vragen stellen binnen organisaties. Dan komen ze op die stages ook echt ander binnen (wellicht allemaal open deuren, ik hoop het maar ;)

  29. Wat is nu volgens jullie de reden dat die communicatiegemeenschap zo achter de feiten aanhobbelt?
    Volgens mij is het voor veel organisaties te onduidelijk wat ze van een communicatieprofessional mogen verwachten. Van een timmerman weet je wat die moet leveren. Van een communicatiepro … Organisaties zouden een soort meta-advies nodig hebben over wat voor soort communicatieprofessional ze nodig hebben. Heeft de branche hiervan profielen?

  30. Pingback: Maak plaats voor #dncp (interview in Vakblad Communicatie) | DigiDoen

  31. @Maarten
    De reden waarom vind ik moeilijk te achterhalen, wat denk jij trouwens? Het is eigenlijk ook interessanter niet terug te blikken, maar te kijken wat er NU moet gebeuren in het vak :-)

    Bij vakvereniging Logeion zijn beroepsprofielen beschikbaar, bedoel je zoiets?
    http://www.logeion.nl/beroepsniveauprofielen

  32. Dag Renata en Marije,

    Leuk om te zien met hoeveel energie jullie ‘De Nieuwe Communicatieprofessional’ neerzetten en welke reacties dat weer teweeg brengt.

    Om het aanbod van Ron handen en voeten te geven zal ik het idee om hier iets mee te doen deze week inbrengen bij de APT, die zich bezig houdt met de programmering van Logeion. Ik zie wel wat pittige debatjes realtime en via de social medie hierover ontstaan.

    Uitdaging: Als jullie de kern van jullie verhaal zouden moeten samenvatten in een zin, wat zou dan die ultieme oneliner zijn?

  33. Is het misschien een idee beste mensen dat jullie ook kennisnemen van het crowdsourcing initiatief van 2011-12 Commbat?
    De uitkomsten daarvan, die in noveber jl zijn gerapporteerd aan LOCOGeion, liegen er niet om hoor. En ze geven een gebalanceerd en betrouwbaar beeld van wat er loos is in het communicatiedomein en HBO’s communicatie. Helaas is het sindsdien wel erreg stil vanuit die twee gremia…
    Maar goed, het rapport staat op linkedin (http://www.linkedin.com/groupItem?view=&gid=4869244&type=member&item=217764249&qid=ff28f08e-86b2-413f-927c-1d8bfc358b8b&trk=group_most_recent_rich-0-b-ttl&goback=.gmr_4869244) voor wie hier tochin is geïnteresseerd.
    En dat dit rapport niet door dncp is opgesteld betekent hopelijk niet dat het wiel hier op deze site opnieuw moet worden uitgevonden. Of wel? De problemen van ‘het’ vak (zoals sommigen nog dikwijls trots oreren) lossen we immers niet meeer op met (personal) branding en het opnieuw stellen van dezelfde vragen, zonder te acteren op de antwoorden (hetgeen min of meer de status quo is). Want die ‘methode’ sla ik al langer dan tien jaar vanaf de zijlijn gade.

  34. @Luc: Dank voor het delen van de resultaten van Commbat. Overigens kan ik helaas het rapport niet downloaden, omdat ik geen lid ben van de Commbat LinkedIn-groep. Is het ook ergens openbaar gepubliceerd?

    En nee, wij zijn er met #dncp niet op uit om het wiel opnieuw uit te vinden. Maar ik denk dat er verschillende mensen op dit moment vanuit verschillende invalshoeken wel acteren op de antwoorden. Wij doen dat vanuit de huidige communicatiepraktijk zoals wij die zien, anderen (zoals CommBat) vanuit opleidingsoptiek en weer anderen (zoals Communicatiekragt) vanuit theoretische inzichten.

    Komende periode willen we op dit platform in gesprek (chat!) met de communicatieprofessionals die #dncp in de praktijk al vorm geven (want die zijn er gelukkig!). Zij kunnen helpen antwoorden te geven en ons als vakgenoten inspireren om zaken anders aan te pakken. Want het is leuk om te roepen dat je moet gaan werken zonder communicatieplan, maar hoe DOE je dat in de praktijk? Het is goed om vast te stellen dat interne en externe communicatie steeds meer met elkaar zijn verweven, maar wat betekent dat in de praktijk? Wij pretenderen vanuit #dncp juist niet dat we de antwoorden hebben, maar dat we daarover graag in gesprek willen. En we vinden het ontzettend gaaf om te zien dat dit gesprek nu in een stroomversnelling komt, juist omdat verschillende initiatieven blijkbaar dezelfde kant opduwen!

    Waar ik wel nieuwsgierig naar ben: als jij de ‘methode’ al langer dan tien jaar vanaf de zijlijn gade slaat, hoe acteer jij dan op de antwoorden?

  35. Dank voor veel herkenbare beschrijvingen @allen! De hbo’s hebben grote moeite deze professionele dynamiek in onderwijskaders te wurmen. Hoe verhoudt jullie herkenbaar en praktische beschrijving zich tot toegepast onderzoek, vast omschreven beroepsrollen, competentiematrices en curriculuminrichting? Het voelt een beetje als met een mammoettanker een waterscooter achtervolgen…

    Maar we lezen (en discussi”eren) mee!

  36. De reactie van Caroline Verhees is typerend voor wat communicatiemedewerkers werkelijk doen, terwijl ze dat in alle toonaarden ontkennen: informatie manipuleren ten behoeve van de opdrachtgever. Uit haar verhaal blijkt dat er nieuws was voor de organisatie, een kennelijk ingrijpend plan, maar ze adviseert om dat, althans voorlopig, onder de pet te houden, daar komt het op neer.
    Communicatiemedewerkers bij de overheid zijn alleen maar schadelijk, ten eerste omdat ze zo graag aan pr willen doen dat ze steeds vergeten dat de overheid zich daar alleen maar onbetrouwbaar mee maakt. Caroline Verhees was in haar verhaal met hetzelfde bezig, het komt heus wel aan het licht dat de beslissing om dat plan uit te voeren al maanden eerder genomen is. In dit geval ging het om interne communicatie, maar het resultaat is hetzelfde.
    Een tweede bezwaar van pr is dat er zo makkelijk doorheen geprikt wordt. Het past daarom wel bij Specsavers, Carglass of Shell, maar niet bij de overheid.
    Hans Siepel bevestigt dit in een recente blog onder de titel “Stop binnen de overheid met reputatiecommunicatie!” http://hetreputatieblog.nl/?p=323
    Een derde bezwaar is het feit dat communicatiemedewerkers alleen ambtenaar zijn omdat ze in dienst zijn van de overheid. Ze hebben nog nooit een dossier behandeld, nog nooit in de Gemeentewet of Algemene Wet Bestuursrecht iets opgezocht, en geen flauw benul van wat daar staat. Wat dat betreft staan ze helemaal buiten de organisatie. Dit kan ertoe leiden dat op de website teksten verschijnen die wel informatief lijken, maar in strijd zijn met de wet of met het beleid.
    Hoe komen we daar van af?

  37. Beste P. Verhagen,
    Er spreekt frustratie over de positie en bijdrage van communicatieprofs uit je reactie…. Die frustratie kom ik ook vaak tegen. Hij bestaat (je gelooft het misschien niet) zelfs in het communicatievak zelf. Een greep van wat ik na twintig jaar in Ons Mooie Vak tegen kom in de leeractiviteiten die ik voor hen verzorg: onmacht, hulpeloosheid, zich niet altijd serieus genoemen voelen, te laat worden ingeschakeld, druk op eigen rol en positie, krampachtig zoeken naar accountability en toegevoegde waarde, onvrede over de positie in de organisatie, de aard van het opgedragen werk, en natuurlijk frustratie over die communicatieplannen die in de lade verdwijnen. en de opdrachtgever die maar niet wil luisteren.
    Vanuit zo’n houding en reactie van (een deel van!) deze beroepsgroep kun je je voorstellen dat het niet altijd eenvoudig is een zinvolle bijdrage aan het functioneren van de overheid te leveren. En overigens: heel vaak is die bijdrage wel degelijk gewaardeerd en effectief. Kennelijk heb jij die ervaring niet. Er zijn daarentegen talloze RO, PO en GO-voorbeelden waar het wel goed gaat.

    Desalniettemin, er is inderdaad aantoonbaar veel mis met de kwaliteit van communicatieprofessionals. Ik denk dat allerhande initiatieven binnen het communicatievakgebied op dit moment ertoe moeten leiden dat er een betere aansluiting komt tussen het primair proces in organisaties en de rol die de communicatieprofessional daarin kan spelen.

    In de realiteit van alledag kan de communicatieprofessional in een spagaat komen. Het dienen van het belang van de (betalende) opdrachtgever (“wiens brood men eet, wiens woord men spreekt”) worstelt nogal eens met het vertellen van de echte waarheid, het belichten van meerdere perspectieven ook als dat even niet goed valt of uitkomt of een ambigue middenweg kiezen. Dat is niet gemakkelijk. En in de praktijk regelmatig een stevig onderhandelingsspel met die opdrachtgever.
    Ja, de meeste communicatieprofs zijn inderdaad geen mensen die in de AWB of de GW artikelen opzoeken. Ze moeten dat ook vooral niet doen en niet willen doen. Ze staan daarmee overigens niet buiten de organisatie, dat is natuurlijk flauwekul. Ieder heeft zijn rol binnen de organisatie. Maar die rol zou wel moeten veranderen. En dat brengt me op P. Verhagens laatste vraag: hoe komen we er van af?

    Nou, niet door al die communicatieprofessionals er maar uit te gooien

    Mijn antwoord is een verschuiving naar een andere, meer coachende rol, waarbij de teksten op de website niet door de communicatieprof wordt geschreven maar door de inhoudelijk deskundige beleidsambtenaar. Waarbij de communicatie-activiteiten met groepen burgers of instellingen niet door de communicatieprofessional worden georganiseerd maar door de beleidsambtenaar zelf. Waarbij allerhande nieuwsbrieven, folders in eerste aanleg door beleidsmensen zelf worden geschreven. Omdat zij primair verstand hebben van de inhoud.
    Maar kunnen die beleidsmensen dat dan? Het antwoord is NEE. Verreweg de meesten zijn voor dat communicatieve stuk van hun werk (en het is steeds meer specialistenwerk!) niet opgeleid (want ze zijn vakinhoudelijk geschoold om iets in de AWB of de GW op te kunnen zoeken…). Er komen dus gebrekkige teksten, onhandige persberichten, knullige bijeenkomsten. En precies daar kan de communicatieprofessional waarde toevoegen. Niet zozeer in het OVERNEMEN van dergelijke activiteiten (want ja, de inhoud moet wel bij de inhoudelijk deskundige blijven!) maar de beleidsambtenaar ONDERSTEUNEN in het communicatieve deel van het werk. Het ontwikkelt zich daarmee naar een meer “educatieve” communicatierol.
    Het antwoord op de vraag van P. Verhagen wordt naar mijn mening het mooist verwoord in het credo van de beroemde pedagoge Maria Montessori: “Help mij het zèlf te doen.” Communicatieprofessionals blijven daarmee gewoon binnen de organisatie maar helpen inhoudelijk deskundigen in hun communicatie, intern en extern. Het versterken van de communicatiekracht van anderen, daar draait het om in de toekomst. En zo wordt het toch nog een Machtig Mooi Vak.

  38. Fijn dat er beweging (discussie) is. Het geluid van P.Verhagen klinkt mij bekend in de oren, niet alleen van mensen van buiten de overheid die de communicatie ‘ondergaan’, ook intern heb ik menigmaal kritiek mogen optekenen van inhoudelijke beleidsambtenaren op inhoudelijk armoede van de communicatieprof. Vanuit het perspectief van deze beleidsambtenaren: “Je bent er tijd aan kwijt om het hele verhaal uit te leggen, dan komt er een tekst waaruit blijkt dat het verhaal maar half begrepen is en/of de essentie wordt verbloemd (want dat kan een vervelendde boodschap zijn), en dan ben je weer tijd kwijt aan corrigeren, etc. Een vervelend proces met een halfbakken resultaat.” daar moeten we inderdaad vanaf.

    De uitweg die Erik Reijnders schetst, en die in de filosofie van #dncp terugkomt, is denk ik het juiste pad dat we moeten gaan. Een paar opmerking wil hier wel bij maken.

    Ik heb veel gewerkt met vergunningverleners en handhavers, en het is dan beslist aan te raden wél eens een omgevingsvergunning of een Raad van State uitspraak of een bestemmingsplan helemaal door te spitten, wél zelf eens de bronnen na te slaan. Ik ben zelfs, als comprof, meegeweest naar gesprekken van vergunningverleners en handhavers met bedrijven, en heb daarvan zo veel geleerd van de taak waar zij voor staan! Ik ben het eens met Reijnders, dit moet niet het standaardwerk van de comprof zijn, maar je verhoogt er wel je status mee, als je deze exercitie een paar keer doet en je gesprekspartner verrast met enige kennis van zaken of verstandige vragen, in plaats van dat je het je allemaal maar moet laten uitleggen.

    Daarnaast zijn er ook zeker beleidsambtenaren met uitstekende communicatieve vaardigheden. Je hoeft dan niet ‘opvoedend’ te werk te gaan, voor hen kan een comprof een uitstekende sparringpartner op gelijk niveau zijn, puttend uit goed geregistreerde en geëvalueerde voorbeelden van waar communicatie goed en fout ging.

    Ben benieuwd naar andere meningen!

  39. @ P.Verhagen: Even los van je inhoudelijke reactie, ik heb persoonlijk echt heel veel moeite om in gesprek te gaan met iemand die zich schuil houdt. We hebben het hier via Twitter al even over gehad. Je geeft aan dat je ambtenaar bent en geen kritiek mag hebben op je eigen organisatie en daarom kiest voor een anonieme bijdrage. Maar dat geeft jou alle ruimte om ongenuanceerd uit te halen en maakt het voor mij moeilijk de context te beoordelen. Ik voel me daar ongemakkelijk bij.

    @ Erik van Reijn: gezien het bovenstaande extra blij met jouw reactie, weer recht uit het hart :-) We hebben je dan ook vast een plezier gedaan met het interview met Aletha Steijns, die de coachende rol in praktijk brengt? http://dncp.nl/aletha-steijns-strategisch-advies-komt-soms-met-de-spiegeltjes-en-kraaltjes/

    @ Maarten Vergouwen Dank voor je opmerkingen die belangrijk zijn als het gaat over de coachende rol van communicatie. Ik ben het helemaal met je eens dat communicatieprofessionals zich nu en dan best meer mogen verdiepen in de praktijk en eens een volledig traject meelopen. Hup, met de voeten in de klei!

    @ allen; Binnenkort op #dncp een chat met Carole de Vree over de kennis die communicatieprofessionals over het beleidsproces zouden moeten hebben en de relatie tussen factor C en #dncp.

  40. Bedankt voor de reacties.
    Eerst die van Erik Reijders. Ik zie dat die een aantal mensen “uit het hart gegrepen is”, maar is het goede communicatie?
    De helft van het betoog is een lofzang op het vak, geen reactie op mij. Hij dwaalt enorm af, het is wollig en langdradig, ik moet me door die tekst heen worstelen en steeds opnieuw lezen om de punten eruit halen. Dat is hinderlijk en bemoeilijkt de communicatie.
    Eerst wordt in het algemeen bevestigd dat er wel iets aan te merken is, maar niet wat. Dan komt een opsomming van de problemen die een communicatieprofessional zoal ondervindt, maar die doen niet ter zake.
    Niets van wat opgesomd wordt kan de door mij geschetste problemen veroorzaken want die worden veroorzaakt door een gebrek aan kennis en inzicht.
    Het bezwaar dat pr, marketing en reclame voor het bedrijfsleven onmisbaar zijn, maar bij de overheid misplaatst zijn en averechts werken blijft onbesproken.
    Het echte belang van de AWB wordt niet ingezien, maar dat is waar de rechtszaken en dwangsommen uit voortkomen als de ambtenaar het fout doet. Een onleesbare tekst op de website is onwenselijk, maar heeft vanwege het bovenstaande de voorkeur boven een vlot geschreven stuk met inhoudelijke fouten.
    Het gaat om dát besef bij communicatie, dat de overheid een formele, juridische omgeving is, dat ontbreekt bij de meeste medewerkers geheel. Daar niet van willen weten en op afstand proberen te houden kan niet.
    Sinds tien jaar heeft de hele overheid, groot of klein, een afdeling communicatie. Dat men nu nog steeds zo veel van de door mij geschetste fouten maakt en nog “aan het zoeken en aftasten is” is die afdelingen aan te rekenen.
    Uit de reactie van Maarten Vergouwen blijkt dat het wel kan, hij heeft het probleem zelf onderkend en maatregelen genomen, het is voor het eerst dat ik bijval krijg uit de groep waar ik kritiek op heb. Hij begrijpt precies waar ik het over heb, en verwoordt precies de praktijk.
    Maarten Vergouwen sluit zich aan bij de door Erik voorgestelde coaching, maar ik heb zo mijn twijfels. De samenwerking die nodig is tussen beleidsambtenaar en communicatiemedewerker staat of valt bij kennis en inzicht van elkaars werkgebied, maar verschilt daarmee niet van die tussen timmerman en loodgieter. Vaststellen dat die uitwisseling van kennis noodzakelijk is, is een open deur, en het is meteen alles wat je kan doen. Gaan praten over hoe de communicatie verbeterd wordt leidt tot zogenaamde theorievorming die niemand helpt. Iedereen zuigt het zo uit zijn duim, het is niet moeilijk: “coachend ondersteunen is waardecreatie door het uitdagen van de stakeholders om hun kracht en hun zwakheid zelf naar boven te halen en uit te wisselen. Hierdoor ontstaat een samenwerking waarvan het resultaat de som der delen overstijgt”
    Het klinkt prachtig en het is nooit fout want het zegt niets. Als de medewerkers de capaciteiten niet hebben die voor die kennisuitwisseling noodzakelijk zijn houdt alles op.
    Er zijn heel veel ambtenaren die slecht schrijven, en veel te veel die beroerd schrijven, dat is waar. Dat Maarten Vergouwen kan helpen is zeker, hij schrijft foutloos en helder, op een typefout na.
    Op fouten wijzen is onaardig, maar in dit geval relevant. “Wiens brood men eet, diens woord men spreekt” luidt het spreekwoord, “diens woord”, met een ‘d’ dus.
    Overheidscommunicatie moet zakelijk en correct zijn, taalfouten zijn een lelijke vlek, een aanwijzing dat het de schrijver niet zo veel kan schelen. Dit soort fouten kom ik overal tegen, van departement tot zelfstandig bestuursorgaan. Op de website van een regionale milieudienst las ik dat ze een “geduchte partner” zijn van de bedrijven in de regio. Er werd namelijk goed samengewerkt. Het woord geducht werd gebruikt zonder de betekenis te kennen. Het is niet zo dat iedereen alles moet weten, maar wie aandacht voor taal heeft gebruikt geen woorden of uitdrukkingen zonder ze precies te kennen, of zoekt het eerst op als hij niet vertrouwd is met dat woord of gezegde. Communicatiemedewerkers schieten hopeloos tekort in hun taalbeheersing, de opleidingen hebben daar kennelijk veel te weinig aandacht voor.
    Komt dit goed? Ik ben pessimistisch, en ik hoop dat duidelijk is waarom.

  41. Tsja Maarten, als je zo’n uitgebreid betoog houdt over de taalfouten van communicatieprofessionals (inclusief mijzelf) heb je in mijn ogen weinig recht van spreken als je al in de eerste zin van je eigen reactie niet eens de moeite neemt mijn naam correct te spellen.

  42. Beste Erik Reijnders,
    Zo zie je maar, ik ben ook niet onfeilbaar, dat zal ik ook nooit beweren. Op fouten wijzen is onaardig, maar in dit geval relevant. Je had mijn punt niet duidelijker kunnen bevestigen dan je in je reactie deed: het stoorde je zelfs zo erg dat je namen ging verwisselen. Ik blijf erbij dat je weliswaar zelf over een “stevige reactie” op een “onzinverhaal” twittert, maar alleen maar om de hete brei heen draait.

  43. Dag P. Verhagen
    Ha Ha ja die knop is onherroepelijk merkte ik de minuut na mijn posting. En ik verwachtte natuurlijk jouw reactie in deze lijn ook en kan er gelukkig zelf ook om lachen.

  44. Laten we de anonieme P.Verhagen dan maar zien als voorbeeld van de klant/partner/opdrachtgever die de rol van communicatie niet (meer?) goed begrijpt: dat is op zichzelf waardevol. Zelf ben ik het graag eens met de interactie-visie van Erik en de wijze waarop DNCP online media wil inzetten voor ons vak en ook ik denk dat we daardoor meer in de coachende rol uitkomen. Maar dat we het onderling eens zijn helpt te weinig. Comm.advs zullen immers nog lang geassocieerd blijven worden met reclame/PR, met verkoop: regel jij het draagvlak? Het boek Congruente Overheidscommunicatie van Siepel/Regtvoort/Morssinkhof/De Ruiter kan mensen als P.Verhagen laten zien dat ook in het communicatievak mensen ten strijde trekken tegen ongeloofwaardige praat van de overheid, respectievelijk de bestuurders. Dat je intern daarover mogelijk/hopelijk anders geadviseerd hebt helpt extern niet: het is immers lastig dat actief uit te leggen zonder je bestuur af te vallen. “Ga dan zelf de politiek in” kan helpen, maar dat verschuift de vraag alleen maar. Als commprofs kunnen wij op onze beurt hilarische verhalen houden over juridische dwaasheden, zoals formeel-correcte want AWB-verplichte inspraakprocedures die maatschappelijk zinloos zijn of zelfs schadelijk, omdat ze overheidscynisme voeden terwijl we een kwetsbare democratie willen beschermen. (Rechtvaardig is wat anders dan rechtmatig). Maar terug schelden helpt niet.

    Onze meerwaarde ligt m.i. in het helpen verbinden van al die waarheden: juridisch, financieel, politiek, vakmatig (milieu, RO, gezondheid,…) en de vele verwachtingen die op elkaar botsen in de concrete zaak waar je mee bezig bent. En ja, dat kunnen wij doen juist doordat we niet diep de materiekennis/wetskennis in gaan, maar ons vooral verplaatsen in het lekenpubliek. Anonieme scheldpartijen zijn daarin bruikbaar als maatschappelijke antenne. Dank dus aan P.Verhagen dat hij dit gesprekje los maakte ;)

  45. “Anonieme scheldpartij”, toe maar.
    Ik ben dan wel anoniem, maar oprecht in mijn standpunt dat ik ook van argumenten voorzie. Mijn kritiek is hard en scherp, dat ik daarmee wrevel veroorzaak was te voorzien, maar dat ook de bovenbazen daardoor uit hun rol vallen is opmerkelijk.

    Het is niet zo dat ik de rol van communicatie niet begrijp, ik bestrijd de uitleg die communicatie zelf aan die rol en de invulling daarvan geeft, daarbij heb ik kritiek op de kwaliteit in het algemeen.
    Wanneer communicatie het afschaffen van de kapvergunning aangrijpt om een lyrisch verhaal te schrijven over hoe “de gemeente steeds bezig is om haar dienstverlening te verbeteren en daarom alle klantprodukten grondig evalueert”, doen ze dat niet in opdracht van de wethouder maar omdat ze zelf denken dat dat zo moet.
    Hetzelfde geldt voor een ministerie dat zich aanprijst zoals een postorderbedrijf dat zou doen, dat is niet in opdracht van de minister maar eigen initiatief. Dit gaat tot op de dag van vandaag onverminderd door, ondanks boeken en praatjes over coachen en verbinden en leiden en wat dies meer zij.

    Het verschil tussen rechtmatig en rechtvaardig leidt dagelijks tot dilemma’s, dat is waar, maar de ambtenaar zal altijd voor rechtmatig moeten kiezen. Alleen de rechter kan over rechtvaardigheid beslissen, de ambtenaar niet, ook niet als hij communicatieprofessional is.

  46. Wat een pittige discussie :-) En hoewel ik heb aangegeven dat ik het lastig vind in gesprek te gaan met de anonieme P. Verhagen, vind ik wel iets van zijn bijdrage en de reacties daarop. Toch maar een duit in het zakje dus ;-)

    Waar ik het niet mee eens ben is de stelling van Verhagen dat de overheid (uitsluitend?) een formele, juridische omgeving is. En dat (daarom?) een onleesbare tekst op de website onwenselijk is, maar de voorkeur heeft boven een vlot geschreven stuk met inhoudelijke fouten.

    Immers: niet alleen iedere ambtenaar kent de wet niet van binnen en buiten (en geloof me: dat geldt niet alleen voor communicatieprofessionals!), dat geldt ook voor het grootste deel van de burgers (om dat stomme woord maar even te gebruiken). Juridisch correcte teksten leiden vaak tot onbegrip en uiteindelijk het niet naleven van de wet of het laten liggen van kansen. Kijk maar eens naar dit filmpje van de provincie Friesland
    (http://youtu.be/pA426QKdH3U), dat ik op het spoor kwam via de prima blog van Joke Huisman op Dialogos: http://www.dialogos.nl/snapt-u-die-brief-van-de-overheid

    Er zijn overheidsinstanties die een sterk juridische basis hebben en er in slagen helder (online) te communiceren. Zoals bijvoorbeeld ConsuWijzer van de Autoriteit Consument & Markt. En ja, zij maken juridische teksten makkelijker, zie hun disclaimer:
    http://www.consuwijzer.nl/disclaimer

    Maar ik herken volledig de ergernis van P. Verhagen in het voorbeeld dat hij geeft: “Wanneer communicatie het afschaffen van de kapvergunning aangrijpt om een lyrisch verhaal te schrijven over hoe “de gemeente steeds bezig is om haar dienstverlening te verbeteren en daarom alle klantprodukten grondig evalueert”, doen ze dat niet in opdracht van de wethouder maar omdat ze zelf denken dat dat zo moet.”

    Ik kom dit soort voorbeelden ook vaak tegen en erger me er ook wezenloos aan. Zoals Maarten Brackel aangeeft zijn er “ook in het communicatievak mensen die ten strijde trekken tegen ongeloofwaardige praat van de overheid, respectievelijk de bestuurders.” De woorden ‘lef’ en ‘durf’ zijn al vaak gevallen in de discussie over competenties van #dncp. Ook nodig om dit soort dingen aan de orde te stellen dus.

    Ik ben benieuwd of er communicatieprofessionals zijn die deze discussie volgen en werken in een juridische omgeving binnen de overheid. Mijn vraag: hoe ga je daar mee om? Tot tevredenheid van zowel de juristen als de eindgebruikers van de informatie?